16 februari 2026

SPV blogspot Gerard: De ziel van het vak

Ik ben Gerard Lohuis, werkzaam bij BuurtzorgT Groningen en als docent verbonden aan de Hanzehogeschool (Opleiding SPV) en Rino Groep Utrecht. Tevens werkzaam voor de redactie SP van de beroepsvereniging.

In een reeks blogs wordt er stilgestaan bij ontwikkelingen in onze samenleving die van grote invloed zijn op ons welbevinden. En daardoor op het werken in de sociale psychiatrie.

Waarom deze blog? Omdat we aandacht blijven houden voor de ziel van ons vak. In 2015 verscheen een boek onder dezelfde titel (Meekeren, E. Van en Baars, J. 2015) waarin meer dan dertig auteurs de richtlijnen en protocollen als hulpmiddel beschouwen en zich niet laten hinderen door productiedruk, geld verdienen, regelgeving of institutionele belangen. Zich laten leiden door drijfveren voor hun werk en hoe zij daar in de praktijk uitvoering aan geven. Waar het in de GGZ om draait en waar die voor bedoeld is. Mensen helpen die om psychische redenen het niet meer met zichzelf en anderen kunnen vinden. Die in de ‘hypernerveuze samenleving’, waarin prestatiedruk, versnelling en individualisme gelden, zijn doorgeslagen en geen stand weten te houden (Raad Volksgezondheid en Samenleving).

Luuk Westerhof schrijft in zijn betoog “Van een dehumaniserende naar een meer humaniserende taal in de psychiatrie”(2025) over een GGZ die gebouwd is op een fundament van diagnosen, stoornismodellen en medicamenteuze interventies en zich moet afvragen of psychisch lijden werkelijk het gevolg is van defecten in de hersenen of dat het fundament van psychische problematiek een weerspiegeling is van relationele, sociale en existentiële worstelingen. Zijn conclusie; de hulp kan niet los gezien worden van de betekenis en dat betekent dat herstel plaatsvindt tussen mensen “in ruimte die veilig, responsief en open is. De psychiatrie van de toekomst zal of relationeel zijn – of zij zal haar menselijkheid verliezen.” (Gergen, K.2009). Wat is er aan de hand met de GGZ en wat heeft deze nodig wil ze toekomstbestendig worden?

Een richtingaanwijzer is op z’n plaats. De GGZ heeft te weinig zelfreinigend inzicht om dat zelf tot stand te brengen. Dat kan haar niet verweten worden. Het gebeurt in instituties die een belang binnen een maatschappelijk veld dienen. Dat geeft aanzien, zekerheid en ook duidelijkheid voor mensen die er een beroep op doen. Dat geeft een instelling niet zomaar op. Er wordt iets van hen verwacht maar de GGZ is zodanig geïnstitutionaliseerd geraakt dat het de oorspronkelijke doelstelling uit het oog verliest en vooral bezig is om zichzelf in bestaande staat overeind te houden. Waarbij hulpverleners de ziel van hun vak niet meer kunnen uitvoeren.

Het werk in de GGZ wordt te veel aangestuurd door belang van geld. Het is begrijpelijk dat instellingen voor hun (voort)bestaan geld dienen te genereren maar dat mag niet ten koste gaan van hun eigen doelstelling. En dat is mensen met psychische problemen te helpen om naar eigen behoefte en vermogen mee te kunnen doen in de samenleving. Er zijn helaas GGZ-instellingen die de GGZ als een ‘markt’ beschouwen. De vraag om GGZ is immens. Na het wegvallen van de zekerheid die in het verleden kerk of vakbond boden, worstelen vele mensen met het vinden van een weg in het leven. De tijd en cultuur zijn veranderd en tegenwoordig draait het om individualisme en zelfontplooiing. Ieder moet voor zichzelf de weg in het leven vinden. Wat in het verleden binnen  kaders kon worden opgelost, is doorgeschoven naar de GGZ. Die er vanuit diagnosen, medicalisering en protocollering, lange tijd heeft geprobeerd  een antwoord voor te bedenken. Kortom; we hebben te maken met een aantal grote problemen, of zoals je wilt uitdagingen, die vragen om een verdere ontwikkeling.

Ten eerste heeft de GGZ veel te veel op haar bordje gekregen, en geaccepteerd, waarvan je kunt afvragen of de GGZ daarvoor is bedoeld. Ten tweede heeft de GGZ een begrippenkader en taal ontwikkeld die uitgaat van kadering vanuit een medicaliserend perspectief waarmee geen aansluiting wordt gevonden met de betekenis van het probleem. De zorgverzekeraar heeft deze kaders of diagnosen gebruikt voor een financieringssysteem waardoor de GGZ zelf in haar eigen diagnosen is gaan geloven. Moest gaan geloven want dat betekende financiële zekerheid. Geld bepaalt immers de richting. Professionals binnen de GGZ hebben hierdoor te weinig zeggenschap over hun eigen vak gekregen. Het leidt tot onvrede. Vervreemding. Ze gaan dingen doen die het systeem van ze vraagt, waar managers ze op aansturen en het bedrijf om vraagt om zodoende de zorgverzekeraar te dienen. Wanneer begint de slang zich in eigen staart te bijten? Upton Sinclair zei ooit dat het moeilijk is om iets te denken dat botst met het eigen belang van het instituut dat je salaris betaalt. Het was Einstein die ooit zei; “De definitie van waanzin is hetzelfde blijven doen, maar andere resultaten verwachten”. Grappig om te vermelden is dat niemand zeker weet of Einstein het zelf was die deze uitspraak het licht heeft doen zien.

De GGZ die te veel op z’n bordje krijgt. Rogier Hoenders spreekt in de podcast We bevinden ons in een mentale epidemie over een ziektepercentage in de vorm van burn-out van rond de 20 % bij psychiaters. En een wachtlijst voor de GGZ van rond de 100.000 mensen. Het lijkt erop dat we in een tijd zijn beland waarin mensen meer met hun eigen psychisch welzijn bezig zijn en daar ook meer bij stil willen staan. We zien dat met name bij jongeren die de weg in het leven onvoldoende kunnen vinden en daardoor met de GGZ in aanraking komen. De snelheid van onze samenleving lokt een snelle behoeftebevrediging uit. Kijk maar naar de snelle beloning van en appje, een site die een instant-antwoord geeft of producten die lekker smaken door toegevoegde smaakstoffen of suikers. Het stimuleer de dopamine en snelle bevrediging. Praktisch zien we dat bijvoorbeeld terug bij influencers die van alles roepen zonder verstand van zaken te hebben maar vooral uit zijn op meer volgers. Gevolg; populaire uitspraken doen, trendsettend willen zijn, gericht op snelle bevrediging. De kudde die volgt wel; te zien aan verkoop van bijzondere lekkere patatfrites bij een Amsterdamse zaak waar de volgende dag een rij voor de deur staat die nauwelijks beheersbaar is. Allemaal omdat de influencer er gisteren zo’n lekker patatje had gegeten. De hogere orde van bevrediging, waaronder zingeving en betekenisgeving aan het leven, kost veel meer moeite waardoor jongeren minder in staat lijken te zijn hier een antwoord voor te vinden. Het is maar één aspect voor het ontstaan van psychische problemen waarbij het de vraag is of de GGZ daar een antwoord op moet formuleren. Allerlei zorgaanbieders gaan hier grif op in. Waarmee ze normale levensvraagstukken psychologiseren. Het lijkt me goed om daar nog eens kritisch naar te kijken. Want moet je voor het ontwikkelen van je persoonlijkheid naar de psycholoog omdat een terechte onzekerheid gepaard gaande met angst een professional nodig heeft? Of heb je een personal coach nodig omdat jouw collega die ook heeft? Om nog meer uit jezelf te halen of om de zorgverzekeraar op hoge kosten te jagen. Er zijn genoeg GGZ-aanbieders die zich in deze markt hebben begeven. Zij hebben geen richtingaanwijzer nodig maar begeven zich op een doodlopende weg.

De GGZ heeft een taak toegeschoven gekregen een soort nieuwe kerk of vakbond te worden.

De zorgverzekeraar probeert financieel die vraag te sturen waardoor er nog meer regelgeving en werkdruk op de al overbelaste GGZ-werkers afkomt. Dat leidt tot meer management, managers en de kip blaast zichzelf op. Binnen grote instellingen met luxe gebouwen gaat een deel van het zorggeld in verkeerde zaken zitten. Samengevat: bureaucratie, management-gestuurde zorg, prachtige gebouwen, windowdressing en een groep hulpvragers die verstrikt raakt in goede bedoelingen. Het leidt tot vervreemding bij hulpverleners die met ziel voor hun vak in de dagelijkse praktijk hun stinkende best doen om mensen bij te staan met hun hulpvraag. Het CBS bevestigt dit beeld: veel mensen werken onder hoge druk en met weinig zeggenschap. Dat zijn precies de omstandigheden waarin de wezenlijke vragen van menselijk vakmanschap geen ruimte meer krijgen.

Resonantie noemt Duits socioloog Hartmut Rosa dat, als antwoord op de vervreemding. Resonantie als ervaring waarin ‘de wereld tot je spreekt en iets in jou tot trilling brengt’. Het gebeurt in het gesprek waarin ruimte is om elkaar echt te zien, in de moed om twijfel te laten zien, in de vraag wat goed en rechtvaardig is. Niet alleen wat efficiënt is. Resonantie valt niet te reguleren, stelt Rosa. Menselijkheid laat zich niet vangen in een format. Je kunt wel de condities scheppen waarin het kan en mag ontstaan. Condities die ruimte maken voor nuance, ontmoeting, relationele intelligentie en verbeeldingskracht. Voor het vermogen om geraakt te worden en te antwoorden. Voor betekenisvol contact. Rosa’s ideeën komen voort uit zijn observatie dat ons leven versneld en dat we steeds sneller leven waarbij we verder verwijderd raken van wat er werkelijk toe doet. Hij pleit voor een dynamische stabilisatie waarbij we versnellen maar ook het vermogen hebben om ons te verbinden met de wereld. De GGZ kent nauwelijks ruimte om dit te realiseren door productiedruk, managers die op processen sturen en financiën die leidend zijn. Het kan ook kort worden samengevat door te verwijzen naar de iatrogene beheersbare prikkels die van marktwerking uitgaan. Kortom; de GGZ heeft veel te veel de richtinggevende werking van weleer de kerk, en vakbond naar zich toegetrokken en daarmee onvoldoende antwoord geboden aan mensen die de richting in het leven kwijt zijn geraakt of voor wie er geen plek is binnen bestaande maatschappelijke structuren.

De bijwerking van de GGZ: ze heeft een taal en werkwijze ontwikkeld die gebaseerd is op een idioom die niet meer als neutraal kan worden beschouwd. Een druk iemand is al snel een “ADHD-er, een verward iemand is “psychotisch” en iemand met weinig mentaliserend vermogen “lijdt aan autisme”.   De manier waarop we spreken over psychisch lijden – als ‘stoornissen’, ‘aandoeningen’ of ‘ziektes’ – beïnvloedt hoe we de mens achter de symptomen waarnemen. Michel Foucault (1972) wijst erop dat elke vorm van kennisproductie – ook in de psychiatrie – samenhangt met machtsstructuren. Diagnoses produceren geen neutrale kennis, maar sociale posities; wie is ziek, wie heeft macht, wie bepaalt?” (Westerhof, L.). Wat voorheen bezien werd als “het hoort nu eenmaal bij Onze Jos. Zo is hij”, vraagt nu om een diagnose en behandeling. Wanneer de GGZ leidend is voor het wijzen van de weg in het leven, wordt ze daarmee leidend in hoe we elkaar beoordelen. En dat gaat tegenwoordig vaak met een psychologische of GGZ-bril. Niet voor niets komt één op de vier Nederlanders vroeg of laat met de GGZ in contact! Helaas heeft de GGZ nog steeds vooral een medicaliserende oplossing.

De GGZ zou moeten gaan inzien dat ze te veel tot zich heeft genomen. Er moet ruimte ontstaan voor een andere taal en de GGZ moet haar positie met anderen delen en deels aan anderen overlaten. Er moet weer ruimte ontstaan voor niet-weten. Harlene Henderson sprak hierover al in 1997 en stelde een dialogische benadering voor waarbij de cliënt medeproducent is van betekenis. Deze dialogische benadering is ontstaan binnen het systemisch denken waarbij betrokkenheid en samenwerking relationeel in de therapeutische relatie wordt vormgegeven. In eerdere blogs heb ik stilgestaan bij het belang van de betekenis van de problematiek en hoe het relationeel tot uiting kan komen waarbij  gekokerde GGZ- strategieën een sta-in-de-weg zijn.

 

De rol van de GGZ kan kleiner. Gert Schout publiceerde onlangs “Mijn broeders hoeder- Naar een gezelschappelijke psychiatrie”. Hij laat zien hoe het voor de groep mensen met ernstige psychiatrische problemen, de zogenaamde EPA-groep, werkt wanneer hun problemen gemedicaliseerd worden. Hij houdt een pleidooi voor het aangaan van een leerproces tussen hulpverlener en -vrager waarbij het gaat om relaties en iemand het eigen handelingsvermogen verrijkt door het contact met anderen aan te gaan. Hierbij ligt de nadruk niet op interventies of behandeling maar op wederkerige relaties. Niet de stoornis staat centraal, maar het vergroten van handelingsvermogen binnen een netwerk van geven en ontvangen. De huidige GGZ-benadering vanuit probleem-georiënteerde en diagnostisch bepaalde zorg leidt tot chronificering en pathologisering en bevordert afhankelijkheid van het zorgsysteem. Van Os (2016) en Trond Aare (2020) houden daarom een pleidooi voor een GGZ die zich richt op hoop, betekenis en verbondenheid. Het vraagt om het creëren van co-creatie van systemen tussen mensen die zich met elkaar verbonden weten en elkaar diensten en wederdiensten bezorgen. Het uitgangspunt daarbij is niet dat er een probleem moet worden opgelost maar dat het psychisch lijden wordt gezien als een normaal menselijk proces. De omslag naar een relationele benadering betekent dat psychisch lijden begrepen wordt als iets dat ontstaat in interactie. Jaakko Seikkula’s Open Dialogue-methode biedt hier een concreet model voor. In deze benadering vinden er gesprekken plaats met alle betrokkenen, zonder vooraf vaststaand behandelplan. Alles ontstaat in dialoog. En verbondenheid. Het idee van Open Dialogue is daarentegen om primair de volledige mens te ontmoeten in zijn relationele context, waarbij de specifieke ‘symptomen’ van secundair belang zijn. Alle beslissingen rondom de zorg worden genomen in een gezamenlijk proces tussen de clinici en de cliënt (zij die zich midden in de crisis bevinden), en als daar het belang van duidelijk is, met de familie en de rest van het sociale netwerk.

Dit brengt me terug bij wie recht van spreken heeft. Dat het contact met de hulpvrager veel meer relationeel, systemisch en contextueel dient te gebeuren, is nu beschreven. Maar wat zegt dat over de rol van de professional en het instituut GGZ dat vanuit een marktwerking opereert. In het begin van deze blog is gerefereerd aan de ziel van het vak. Hulpverleners zijn het vak met de beste persoonlijke intenties ingegaan. Ze zijn terecht gekomen in een GGZ dat marktgericht gedreven is. In dit stelsel is afleggen van verantwoording, gebaseerd op wantrouwen en behoefte aan controle, de dood in de pot om vanuit de ziel te kunnen spreken. De hulpverlener heeft professionele autonomie nodig en ruimte om met verworven kennis en opgebouwde ervaring, waarbij intuïtie een grote rol speelt, zijn werk te verrichten. Werken aan verbinding en relationeel hulpverlenen. Geen overbodige screeninglijsten. Geen 85% productienorm om een gestandaardiseerd programma te draaien. Geen diagnose gestuurd programma maar de vraag wat iemand nodig heeft om te kunnen functioneren. Kortom; ruimte voor de professional die mag werken vanuit vertrouwen. Binnen BuurtzorgT ben ik in 2018 samen met collega’s Harald Schneider en Erik Deggeller gestart binnen het concept dat Nico Moleman heeft opgezet van BuurtzorgT.

Het gaat binnen BuurtzorgT om zelfsturende teams waarin elke discipline gelijkwaardig is. We zijn ermee gestart omdat we de GGZ van binnenuit willen helpen de transitie zoals deze hierboven is beschreven vorm te geven. Iedere discipline heeft zijn eigen specifieke deskundigheid maar binnen het team wordt er relationeel gewerkt. Niemand heeft het voor het zeggen en tegelijkertijd heeft iedereen het voor het zeggen vanuit eigen persoonlijke inzet en deskundigheid. BuurtzorgT gaat uit van tien principes: vakmanschap, eenvoud, nabijheid, zelfsturing, gericht op herstel, vertrouwen, systemisch, organisch, heelheid en van onszelf (Moleman, N. e.a. 2022). Het is een poging om vanuit verbinding met mensen in hun eigen leefwereld op te trekken. Het vraagt om een grote verantwoordelijkheid van de hulpverlener want die is voor het hele proces verantwoordelijk. Tijdens het opstarten van het eerste team in Groningen belde ik Nico met de vraag of we een nieuwe collega mochten aannemen. Nico vroeg waarom ik hem belde en of ik wel begreep hoe zelfsturing werkt. Ik moest het zelf maar regelen. Er is geen afdeling personeelszaken, geen manager om verantwoording aan af te leggen en geen secretaresse die het wel regelt. Dat mochten we zelf doen. Harald sprak er later wijze woorden over toen hij zei dat het institutionele denken nog steeds in ons zit. Toen het besef van zelfsturing eenmaal goed was doorgedrongen, ontstond er een zee van ruimte waarin vrijheid van professionele handelen en vertrouwen als een warm bad aanvoelde. En in 2022 werd het nog mooier toen BuurtzorgT er voor koos om steward-ownership in te voeren. Het is een innovatieve vorm van aandeelhouderschap wat er op neerkomt dat elk winstoogmerk losgelaten wordt. Het geld dat verdiend wordt, gaat terug naar het bedrijf en zijn werknemers.

BuurtzorgT is een nieuwe stap om tegemoet te komen aan recht van spreken voor de hulpverlener, om psychiatrie te normaliseren waarbij er gekeken wordt wat iemand nodig heeft om mee te kunnen doen en waarbij relationeel, systemisch en contextueel handelen vanuit passie (Ziel van het vak!) voorop staan. Het is geen panacee voor alle problemen waar de GGZ mee worstelt. Het maakt de GGZ wel kleiner want binnen BuurtzorgT wordt gestreefd naar creëren van verbindingen met en tussen mensen zodat mensen in hun eigen netwerk weer verder kunnen. Lang niet altijd zijn de psychische problemen daarmee voorbij maar ontstaat er wel een weg open naar zingeving, autonomie en contact met dierbaren. Misschien wordt daardoor de GGZ vanzelf iets kleiner.

Gerard Lohuis

 

Bronnen:

  • Gergen, K. Relational being: Beyond self and community*. Oxford University Press. 2009
  • Goor, J. en Eelsing, W. “Weg met hoge druk en geringe zeggenschap. Breng menselijkheid weer terug op de werkvloer” https://www.volkskrant.nl/cs-be4bd2fa/ Volkskrant 23 dec. 2025
  • Hoenders, R. We bevinden ons in een mentale epidemie https://youtu.be/nFBb8aur38U?si=5GXyLvjEaCAx2ssP
  • Meekeren, E. van en Baars, J. (red.) De ziel van het vak Uitg. Boom Amsterdam 2015 ISBN 9789 0895 36754
  • Moleman, N., Blok, J. de en Bijlsma, J. BuurtzorgT- Thuis in de psychiatrie)BuurtzorgT 2022 ISBN 9 789090 365282
  • Rosa, H. “Leven in tijden van versnelling” Uitgeverij Boom EAN 9789089534651 2016
  • Schout, G. “Mijn broedërs hoeder- Naar een gezelschappelijke psychiatrie” Uitg. SWP ISBN 978.90 8560.428.0 (2026)
  • Seikkula, J. Het terugbrengen van de menselijke maat in de geestelijke gezondheidszorg Gepubliceerd op Mad in America, 20 oktober 2022 Mad in the Netherlands host blogs van een diverse groep schrijvers. Deze posts zijn bedoeld als een openbaar forum voor een brede discussie over de psychiatrie en haar behandelingen
  • Trond F. Aare “Wat is een goede behandeling? En hebben we echt diagnoses nodig?” Interview met Trond F. Aare in Recovery bloggen januari 2023
  • Westerhof, L. “Van een dehumaniserende naar een meer humaniserende taal in de psychiatrie” Deze blog verscheen in Mad in the Netherlands, 8 mei 2025

 

naar alle SPV blogspot

9 februari 2026

SPV blogspot Annemarie: Wat zegt onderzoek over de effectiviteit van online therapie?

Lees meer
5 februari 2026

SPV podcast Onderweg: Kinderen zijn net echte mensen, in een klein jasje.

Lees meer
2 februari 2026

SPV blogspot Marja: Als het werk soms met je mee naar huis fietst

Lees meer