20 april 2026

SPV blogspot Frans: Van ‘Ken Uzelve’ naar ‘Een sterk verhaal’?

Frans van der Lem, redactielid SP, gepensioneerd SPV-POH-GGZ, emeritus opleider en supervisor

Autobiografisch schrijven als leertherapie? Na recentelijke publicatie (SP 153) van autobiografische brieven over therapeutische struikelblokken in mijn beroepscarrière, kwam de vraag: Wat zijn je aanbevelingen voor huidige hulpverleners?

(Een soort leertherapie in de vorm van een gestructureerd autobiografisch schrijftraject)

Wie ben ik?

Binnen de filosofische traditie is het gangbaar om middels het schrijven van een autobiografie meer zicht te krijgen op wie men zelf is. Socrates, de bekende Griekse filosoof, was een verwoed voorstander van het idee zichzelf te leren kennen. ‘Ken Uzelve’ was min of meer zijn lijfspreuk.
Hij gebruikte de uitspraak als basis voor zijn onderwijsmethode.
Door middel van het stellen van vragen moedigde Socrates mensen aan tot zelfonderzoek, ook wel de Socratische gespreksmethode genoemd. Via een spel van vragen, antwoorden en weer dóórvragen stuurde hij aan op diepgaande zelfreflectie en ontwikkeling van de individuele wijsheid. De mate van inzicht in zichzelf is tenslotte richtinggevend voor ons waarnemen en is vervolgens bepalend voor ons denken en handelen.

Schrijven als ontdekkingstocht

In die geest biedt bijvoorbeeld de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) te Leusden met enige regelmaat complete schrijfweken aan: ‘Schrijven wie je bent’. Veelal is zo’n week een ware ontdekkingstocht. Aan de hand van indringende reflectieve vragen, ontdekt men nogal eens – al schrijvend tijdens gezamenlijke schrijfopdrachten – kenmerken van zichzelf welke men zich eerder niet had gerealiseerd. Ook wordt men zich soms samenhangen gewaar, bijvoorbeeld binnen de eigen levensgeschiedenis, welke tot dan toe verborgen waren gebleven. Het gaat dan met name over het denken en de socialisatie van de persoon in algemene zin.

Persoonsgerichte supervisie

Hetzelfde fenomeen ken ik van de supervisie indertijd tijdens de opleiding Maatschappelijk Werk aan de Sociale Akademie in Rotterdam. Die ontdekkingstocht heeft dan niet alleen te maken met de persoon en de algemene socialisatie van de student, maar vooral met diens socialisatie als hulpverlener. Hoe ben je ertoe gekomen om in dit vak aan de slag te gaan? Waar loop je in praktijk tegenaan? Wat zijn je sterke punten? Wat zijn je valkuilen? Op wat voor soort werkplek en met wat voor cliënten kom je dan het best tot je recht? Met welke methodiek kun je dan het beste uit de voeten? Gerelateerd aan het werk staat de persoon van de hulpverlener centraal.

Je bent je eigen instrument

Het is goed dat men als hulpverlener, zoals bijvoorbeeld ook binnen de sociaal psychiatrische praktijk, zich van deze kenmerken terdege bewust is. Tenslotte is de persoonlijkheid van de hulpverlener diens belangrijkste instrument (zie onder andere ‘Je bent als SPV je eigen instrument; hoe werkt dat?’ In SP 147 augustus 2024).
Alhoewel een supervisietraject sterk raakt aan het persoonlijk functioneren van de hulpverlener en vaak emotioneel beroert, is het geen therapie. Supervisie is een leerproces. Uitgevoerd volgens de richtlijnen van de Landelijke Vereniging voor Supervisie en Coaching (LVSC) mag het dan nauw tegen psychotherapie aanleunen, het is en blijft een onderwijsmethodiek. Ontdek wie men is en ga daarmee aan de slag.

Gestructureerd autobiografisch schrijven

Tegen deze achtergrond ben ik recent geboeid geraakt door ‘Een sterk verhaal’. Het betreft een cursorisch opgezet traject om autobiografisch schrijven te benutten bij specifieke ervaringen.
Te denken valt aan herstelbevordering na het doormaken van een schokkende gebeurtenis of een traumatische levensfase.
Ook ben ik al langer op zoek naar aanknopingspunten om SPV-en te laten publiceren, hun verhalen over de uitvoering en de essentie van het vak, met name wie wij zelf zijn.
Naast maatschappelijke erkenning beoog ik daarmee vooral de zelferkenning van de SPV.
Ik veronderstel dat als wij meer inzicht hebben in onszelf, wij beter voor onszelf gaan zorgen. Want die zelfzorg schiet er nog weleens bij in (zie o.a. verslag ‘Jij en ik mentaal gezond?’ en recensie van ‘Een dun streepje toeval’ in SP 152).

Op basis van deze overwegingen, heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de uitnodiging van uitgeverij Boom om deel te nemen aan de studiedag ‘Train de trainer’ bij het Radboud Centrum Sociale Wetenschappen in Nijmegen.
De ‘Train de trainer’ betreft een introductiedag voor hulpverleners om vervolgens zelf aan de slag te gaan met ‘Een sterk verhaal’. Ter ondersteuning van de uitvoering is een hulpboek beschikbaar voor deelnemers en een handleiding voor begeleiders.

Achtergrondinformatie

De aanmeldingsbrochure opteert: Een sterk verhaal is een biografische interventie die mensen met persoonlijkheidsproblematiek de mogelijkheid biedt om te werken aan persoonlijk en maatschappelijk herstel. Centraal staat het vervolg geven aan het eigen leven na een of meer ingrijpende gebeurtenissen. Aan de hand van een werkboek met concrete schrijfopdrachten schrijven deelnemers in twaalf sessies over hun leven in de vorm van een drieluik. Ze richten hun blik (1) op het verleden, (2) op een belangrijk kantel- of keerpunt in hun leven en (3) op het heden en hun toekomst. De interventie resulteert in een gedrukt persoonlijk levensboek dat deelnemers bij de laatste sessie in ontvangst nemen.

Een dag te gast

Als SP-redactielid heb ik eind januari 2026 aan deze eendaagse ‘Train de trainer’ meegedaan. Als cadeau heb ik het ‘Hulpboek’ (voor deelnemers) en de handleiding voor begeleiders: ‘Een sterk verhaal. Schrijven aan (je eigen) herstel’ meegekregen (Recensies in een van de komende edities – medio 2026 – van tijdschrift ‘Sociale psychiatrie’ Vakblad sociaal psychiatrische verpleegkunde.)

Het gezelschap van die dag betreft een pluriforme groep met achttien cursisten en drie docenten. Het merendeel van de cursisten heeft een achtergrond als psycholoog. Enkelen als POH-GGZ. Activiteitenbegeleiders. Ook deelnemers vanuit organisatieadvieswerk en cliëntenorganisaties.

Integratie van perspectieven

De interventie is tot stand gekomen vanuit integratie van theoretische, klinische en biografische expertise. De drie docenten hebben garant gestaan voor de uitwerking. Gerben Westerhof is in de sociale wetenschappen opgeleid tot onderzoeker en werkt als hoogleraar narratieve psychologie aan de Universiteit van Twente. Renée Rosenboom heeft uitgebreide opleiding en ervaring in eigen praktijk met autobiografisch werken. Silvia Pol is als klinisch psycholoog-psychotherapeut verbonden aan een expertisecentrum voor cliënten met persoonlijkheidsproblematiek.
Dat laatste geeft meteen antwoord op de vraag die zich bij mij opdringt: Waarom wordt er in de aanmeldingsbrochure speciaal geopteerd voor mensen met persoonlijkheidsproblematiek?
De interventie is ontwikkeld voor en in samenwerking met mensen die kampen met persoon-lijkheidsproblematiek. Maar vervolgens ontstond de indruk dat de interventie ook vruchtbaar kan zijn voor mensen die willen reflecteren op een ingrijpende gebeurtenis op hun leven. Het is een methode die heel breed inzetbaar is.

Voorbeeldgedrag van de docenten typeert de cursus

Gedurende de introductiedag hebben de drie docenten een belangrijke rol in de structurering van het proces. Zij stimuleren de beleving en de verwerking van ervaringen, maar gaan niet in op de inhoud. Die handelwijze typeert ook direct de cursus zelf.
De structuur is helder en overzichtelijk. De deelnemers worden uitgedaagd zicht te krijgen op zichzelf en hun grenzen te onderzoeken. Maar ze worden niet verleid hun grenzen te overschrijden.
De begeleiders zijn begripvol en invoelend, vooral respectvol. Zij lopen de deelnemers niet voor de voeten door hun eigen associaties en interpretaties te berde te brengen.

Bevordering wederzijdse compassie en verbinding

De onderlinge interactie van de deelnemers wordt gestimuleerd en tegelijkertijd beperkt.
De beperking wordt onder andere vormgegeven door het structureel begrenzen van zelfpresentatie, vooral het afgrenzen van wederzijds te geven feedback door de deelnemers. Die helderheid, overzichtelijkheid en begrenzing blijken tegelijkertijd zodanige veiligheid te creëren dat de vorming van groepscohesie in een stroomversnelling geraakt. De kracht van de groep, de wederzijdse compassie en verbinding van de deelnemers onderling wordt in positieve zin uitgebuit.

Na een korte uitleg van de agenda van de studiedag en een globale introductie van de complete cursus zelf, volgt een summier vormgegeven kennismakingsrondje. Het doel is om van elkaar te weten wat ieders achtergrond is en wat de aanleiding is om aan de studiedag deel te nemen. Compact.

Begeleide meditatie

Voorafgaande aan de oefeningen, start deze studiedag met een begeleide stiltemeditatie. Volgens het protocol van de cursus, begint elke cursusbijeenkomst met een dergelijk reflectief moment. Iedere cursusbijeenkomst wordt eveneens afgesloten met een begeleide stiltemeditatie (voorbeelden staan geformuleerd in de handleiding voor begeleiders).
Belangrijk is dat men elkaar aanspreekt bij de voornaam. Hoe komt men aan die naam? Wat betekent die naam? De naam kenmerkt in de regel onze identiteit. Identiteitsontwikkeling is een van de belangrijke doelen van de cursus.

De basis, het doel en de opbouw

De cursus is opgebouwd op basis van verschillende narratieve methodes. Uitgangspunt is het doelgericht actualiseren van positieve levenservaringen en het impliciet afstand nemen van negatieve en traumatische ervaringen. Niet het doorwerken van negatieve gebeurtenissen en emoties staat voorop. Het gaat vooral om aanvaarden en verdragen en daardoor mogelijk laten uitdoven van belemmerende sensaties. Het bewust hanteren van ons taalgebruik kan daarbij zeer behulpzaam zijn.

Doelmatig taalgebruik

Constructieve ervaringen verwoordt men in actief taalgebruik, tegenwoordige tijd en eerste persoon. Bijvoorbeeld: “Als redactielid van het vaktijdschrift Sociale Psychiatrie ben ik prima in staat om een illustratief verslag te schrijven.”
Negatieve ervaringen worden verwoord in de verleden tijd en de derde persoon.
Zoals: “Toen het redactielid zijn aantekeningen te lang had laten liggen, had hij er toch aanzienlijk meer moeite mee om er een helder constructief verhaal van te maken!”.

Door een gebeurtenis taalkundig in het verleden te plaatsen, ontstaan andere gezichtspunten. Deze perspectiefwisseling kan aanleiding zijn voor geruststelling en rust. Zo kan er voor het individu ruimte ontstaan tot compassie voor diens jongere zelf.
Door concreet te beleven dat een gebeurtenis daadwerkelijk achter de rug is, neemt de herinnering aan de ervaring mogelijk minder emotionele ruimte in. Allerlei gedachten aan de gebeurtenis zullen verder naar de achtergrond verdwijnen. In de actualiteit wordt de gebeurtenis wellicht minder bepalend.

In het dagelijks taal-verkeer ken ik het verschijnsel wel van personen die iets aangrijpends hebben ervaren: “Dat je zoiets kan overkomen? Dat wil je toch niet meemaken!” Ook dan heeft men het over zichzelf. Maar door erover te communiceren in de tweede-persoon-enkelvoud ervaart men het emotioneel als minder ingrijpend.

Door de zinsnede taalkundig zelfs om te zetten naar de derde persoon (‘hij’/ ‘zij’), wordt de afstand tot de doorgemaakte gebeurtenis versterkt. Tevens vertaald naar de verleden tijd, neemt de perspectief-wijziging verder toe. Door vanuit een ander – neutraler – gezichtspunt zichzelf beschouwen, bevordert compassie en begrip voor de eigen persoon in een vroeger stadium.

Op de handen blijven zitten

Het protocol van ‘Een sterk verhaal’ is een compilatie van diverse helpende factoren, zoals life-review, meditatie, ontspanning en oefeningen in automatisch schrijven. De gemene deler lijkt vooral te zijn dat de begeleiders actief het proces begeleiden, maar niet ingaan op de inhoud van emoties en persoonlijke problemen die de deelnemers ter sprake brengen. Wat betreft de inhoud van hetgeen de deelnemers ter sprake brengen, dienen de begeleiders “op hun handen te blijven zitten”.

Dat fenomeen van ‘actief niets doen’ ken ik onder andere vanuit het werken met mannen-groepen, veelal voormalige leraren en managers. Daarbij interviewde ik de heren steeds individueel over bijvoorbeeld hun vader. Terwijl de anderen aandachtig luisterden en vaak hun eigen vader voor zich zagen en beleefden, liet ik hen dan vertellen. Hoe? Wat? Waar?

Maar niet: Waarom?

Juist door niet in te gaan op de emotionele betekenis van hun ervaringen, lukte het de mannen om hun heftige emoties te verdragen. Ingrijpend verdriet werd dan zelfs nogal eens afgewisseld door spontane collectieve lachsalvo’s. Vervolgens bleek dat het nalaten van allerlei duidingen, de emotionele stabiliteit van de mannen liet toenemen.

Hetzelfde fenomeen, dat van alert zijn zonder inhoudelijke bemoeienis, herken ik eveneens van de mindfulness-meditatie. Ook daarbij gaat de trainer niet in op ervaringen en emoties, maar adviseert om deze te compassievol te verdragen. Eventueel voor zichzelf te registreren. Mogelijke samenhang zal zich dan mogelijk op termijn zelf aandienen.
De mindfulness-trainer geeft instructies en begeleiding bij de meditaties en bewegings-oefeningen. Is vooral procesbewaker en vervult een voorbeeldrol.
Wanneer deelnemers uiting geven aan nieuwe inzichten en andere onverwachte positieve ontwikkelingen, worden die in rust en dankbaarheid erkend. Zonder er verder op in te gaan.

Werken in de groep

Het hulpboek behorend bij ‘Een sterk verhaal’ is prima geschikt om individueel zelfstandig mee te werken. Bij begeleiding van individuen – en vooral ook groepen – biedt de ‘handleiding voor begeleiders’ extra aanknopingspunten en achtergrondinformatie. De groepsopdrachten worden aangeduid met een speciaal symbooltje.
Wat betreft de groepsgrootte, is zes tot tien deelnemers veelal een ideaal aantal. Groot genoeg om in de luwte kunnen verblijven. Klein genoeg om iedereen optimaal uit de verf te laten komen.
De groepsgrootte is ook afhankelijk van de doelgroep. Een grotere groep verdunt het contact en biedt veel reacties. Een kleinere groep biedt meer gelegenheid voor individuele aandacht en aanpassingen zoals bijvoorbeeld bij de doelgroep mensen met niet -aangeboren hersenletsel.

De schrijf- en feedback-oefeningen vinden tijdens deze studiedag plaats in een subgroep van zes deelnemers, begeleid door een van de docenten. De schrijfoefeningen zijn kort en gestructureerd. Bijvoorbeeld vijf regels over een negatieve ervaring uit het verleden, zo beeldend mogelijk weergegeven. Bij voorkeur met de hand geschreven. De herinneringen blijken dan authentieker dan wanneer rechtstreeks op de laptop wordt gewerkt.
Negatieve ervaringen dienen taalkundig te worden weergegeven in de verleden tijd. Vervolgens leest de deelnemer het stukje voor, waarna de overige deelnemers met enkele steekwoorden op een visitekaartje feedback geven. De visitekaartjes worden overhandigd nadat de collega-deelnemers hun beschreven steekwoorden hebben voorgelezen. Een voorbeeld van het stimuleren van feedback door deze tegelijkertijd te begrenzen.

Dezelfde procedure geldt voor een positieve ervaring in het verleden, geformuleerd in enkele korte zinnen, taalkundig in de tegenwoordige tijd. Tevens met zoveel mogelijk zintuigelijke indrukken.
Ook die tekst wordt bekrachtigd met overhandiging van een visitekaartje en het uitspreken van enkele steekwoorden als aanmoediging en bevestiging. Uiteraard in de tegenwoordige tijd.

Bevordering groepscohesie

Ter illustratie lezen de deelnemers de opgetekende positieve ervaringen aan elkaar voor binnen de plenaire bijeenkomst van de achttien deelnemers aan deze cursusdag. De groeiende verbinding binnen de groep werd daardoor nog eens versterkt.

Als laatste schrijfopdracht – opnieuw binnen de subgroep van zes deelnemers – geldt het opstellen van een korte brief vanuit zichzelf – als huidige volwassene met de kennis van nu – aan zichzelf als kind als reactie op de eerder beschreven negatieve ervaring.
Dat leek speels, maar leverde voor de meeste deelnemers frappante nieuwe inzichten op. Zoals dat iemand als kind zich steeds door een ouder uit het veld had laten slaan en zich onbegrepen had gevoeld. Als volwassene ontdekt het toenmalige kind dat diens ouder verstandelijk beperkt moet zijn geweest, maar dat prima kon camoufleren. Door die ontdekking ontstaat een volledig ander perspectief op zichzelf als kind en de toenmalige verstandhouding met de ouder.
Dat soort ontdekkingen zijn natuurlijk ook de bedoeling van het autobiografisch schrijven. Het illustreert aantoonbaar de kracht van de systematiek.

Inzicht achteraf

Frappant. Toen ik achteraf met een van de docenten besprak dat dit model zich uitstekend zou kunnen lenen in het verlenen van supervisie, snapte zij mijn denken en gevolgtrekking niet.
Mijn reactie: “Ik bedoel dat de docent/hulpverlener/verpleegkundige inzicht krijgt in diens socialisatie als persoon en als werker, inclusief diens valkuilen en sterke punten!”

“Dat wordt bij ons leertherapie genoemd!”, was haar onmiddellijke reactie. Ze vertelde bovendien, bezig te zijn om accreditatie aan te vragen bij de Nederlandse Vereniging voor Groepspsychotherapie om de volledige interventie te erkennen als ‘leertherapie’.

Supervisie of Leertherapie? Dat zette me aan het denken

Leertherapie is wat mij betreft een verwarrende term. Leren is een persoonlijke inspanning om zichzelf een vaardigheid eigen te maken. Therapie veronderstelt een hiërarchische ordening waarbij men zich als hulpvrager tot een therapeut wendt vanwege een problematische situatie waar men zelf niet uit komt. Waarbij toegewerkt wordt naar ‘herstel’ en ‘genezing’.

Supervisie zie ik vooral als onderwijsvorm. Supervisie gaat over het hanteren van de eigen persoonlijkheid in de uitvoering van het werk, over de zorg voor de zorgverlener.
Supervisie kan individueel plaatsvinden of in kleine groepen tot maximaal vier deelnemers, veelal uitgevoerd in twaalf tot vijftien sessies.

Ik heb begrepen dat tijdens de SPV-opleiding onder de noemer ‘supervisie’ klassikaal casuïstiek-bespreking plaatsvindt. Dat gaat over de uitvoering van het werk, over adequate zorg voor de cliënt. Dat is in feite intervisie, al dan niet onder begeleiding van een docent.

Leertherapie

In engere zin vormt leertherapie onderdeel van het leerproces tot psychiater, klinisch psycholoog, psychotherapeut en inmiddels ook de GGZ-Verpleegkundig Specialist.
De achtergrond daarvan is, dat zij vaak in complexe interacties terechtkomen. Leertherapie kan ertoe bijdragen om tegen-overdracht te leren benutten en moeilijke therapeutische relaties te hanteren. Zich te kunnen verplaatsen in de kwetsbare positie van de patiënt en tegelijkertijd bij zichzelf te blijven. (NB Deze doelstellingen gaan zondermeer ook op voor de SPV)

In praktijk wordt term ‘leertherapie’ ook wel gebruikt voor een persoonlijk ontwikkeltraject in de vorm van het ondergaan van een methodische werkvorm waarmee men later als begeleider (therapeut) anderen wenst te gaan helpen.

Aanbeveling

Wat het laatste betreft, lijkt mij het de moeite waard dat toekomstige begeleiders van ‘Een sterk verhaal’ eerst als deelnemer het volledige traject van de cursus doorlopen.
Dat wij als begeleiders aan den lijve de intensiteit hebben ervaren wat een autobiografisch traject met onszelf kan doen, lijkt een voorwaarde om ‘Een sterk verhaal’ adequaat te implementeren. Vooral ook omdat het proces een nieuwe kijk op onszelf teweeg kan brengen.

Betreffende de kijk op onszelf, valt te overwegen om de volledige interventie als leermethode in te passen in de SPV-opleiding en/of nascholingsaanbod.
Ten eerste voor onszelf. Ten tweede als behandelmethode.
De studiedag ‘Train de trainer’ is daartoe een prima smaakmaker geweest.

 

Frans van der Lem

a

Leestips:
Een sterk verhaal Schrijven aan je eigen herstel (Hulpboek)
Renée Rosenboom, Silvia Pol & Gerben Westerhof (Boom 2025)
Een sterk verhaal Schrijven aan herstel (Handleiding voor begeleiders)
Renée Rosenboom, Silvia Pol & Gerben Westerhof (Boom 2025)
Autobiografisch schrijven Waar wij het over hebben wanneer wij het over ons leven hebben
Willemijn Soer (Christofoor, Zeist 2019)
Het verhaal dat je nalaat Over leven en schrijven, zingeven en schrijven
Minne Buwalda (Thoeris, Amsterdam 2013)
Narratieve begeleidingskunde Hoe het gebroken verhaal professioneel te waarderen.
Han Banning & Marianne Banning-Mul (Nelissen, Soest 2005)
Uw eigen verhaal Schrijfgids Bernard Selling (Strengholt, Naarden 1990)

naar alle SPV blogspot

6 april 2026

SPV blogspot Gerard: Niet alles is psychiatrie

Lees meer
2 april 2026

SPV podcast Onderweg: De Breburg pilot

Lees meer
30 maart 2026

SPV blogspot Karin: Onmacht

Lees meer