26 januari 2022

ZZP-er

HarryButer

  • Werkzaam bij: ZZP-er
  • Functienaam: SPV
  • SPV sinds: 2018

“Coördineren, meedenken en zoeken naar mogelijkheden”
Hij is getrouwd en vader van twee kinderen. Een fanatiek sporter ook. Maar zeker ook een fanatieke SPV. Harry Buter (40) heeft al een aardige carrière achter de rug: hij begon ooit met de opleiding verpleegkundige niveau 4. Die kan hij door omstandigheden niet afronden. Hij gaat werken in een verpleeghuis en besluit 3 jaar later zijn opleiding alsnog af te maken. Als verpleegkundige niveau 4 gaat hij werken op de afdeling acute opname psychiatrie in het UMC Utrecht. Harry ziet er van alles voorbijkomen en leert er veel. Na 2,5 jaar krijgt hij de kans een Hbo-V opleiding te gaan volgen. Die rond hij met succes af en vervolgens werkt hij nog 4 jaar in het UMC.

Dan wordt het tijd voor wat anders. Harry gaat werken als coördinator zorg bij Lister, een woonbegeleidingsorganisatie. Zijn werkgever geeft hem de mogelijkheid om de opleiding management in zorg en welzijn te volgen. Die kans grijpt hij met beide handen aan.
Harry brengt zijn studie in de praktijk. Hij is werkbegeleider, coacht collega’s en coördineert zorg. Een leuke baan, maar het begint toch te knagen. “Ik werd alleen betrokken als het foute boel was. Verder had ik weinig cliëntcontact. Jammer, want het contact met cliënten, meedenken en zoeken naar mogelijkheden, vond ik juist erg leuk. Ik kwam er steeds meer achter dat ik die kant op wilde. Op een dag hakte ik de knoop door, mede dankzij een cliënt die mijn ogen opende.”

“Ik miste het cliëntcontact”
De cliënt waarover Harry vertelt, is een jongeman met ernstige psychotische klachten waarvoor opname geïndiceerd is. Maar hij wil niet, zit in de weerstand en de avond voordat Harry hem spreekt smijt de jongen zijn hele huisraad van het balkon. Harry probeert in eerste instantie gewoon contact te maken. “Een opname was echt het beste, maar niemand wist hem zover te krijgen. Toch lukte het me om contact te maken. We praatten over zijn belevingen en ik veroordeelde deze niet.” Harry stelt voor een stukje te gaan fietsen, naar de instelling waar hij opgenomen kan worden. “De cliënt ging met me mee en eenmaal aangekomen bij de instelling, vond hij het allemaal prima. ‘Als jij vindt dat het nodig is, dan doe maar’ waren tot ieders verbazing zijn woorden. Door gebeurtenissen als dit realiseerde ik me meer en meer dat ik het contact met cliënten zo miste.”

Harry trekt aan de bel bij zijn werkgever en krijgt de mogelijkheid de opleiding SPV te gaan doen. Aan het eind van de opleiding merkt hij dat de woonbegeleiding, waarin hij dan werkzaam is, hem steeds minder trekt. Hij wil meer weten over behandeling en besluit te gaan werken bij FACT in Amersfoort. Daar mag hij de opleiding afmaken.

“De bureaucratie ging me steeds meer tegenstaan.“
Het werken bij het FACT was het ook niet helemaal voor mij.  Het was voor mij te veel administratie en overleg.  Ik miste de uitdaging, het acute, de crisis. Na een verhuizing ben ik daarom gaan werken bij de crisisdienst in Gouda. Werk dat bij me paste, maar de bureaucratie in de zorg ging me steeds meer tegenstaan. Ik miste ook de vrijheid om mijn eigen agenda te bepalen. Ik besloot het anders te doen, ik begon voor mezelf. Ik ben nu 2.5 jaar zelfstandig ondernemer en het bevalt supergoed. Ik heb op verschillende plekken gewerkt, veelal in de crisisdienst. Elke dag voelt anders, ik vind het geweldig, voel de vrijheid, maar ik heb nog nooit zoveel gewerkt. Overdag in Utrecht bij KOOS en daarna door naar een avonddienst bij de crisisdienst. Zoals iedere zelfstandige vind ook ik het lastig om ‘nee’ te zeggen. Ik wil laten zien dat ik het waard ben, ik wil hard werken en mijn best doen.

“Ik mag out of de box denken”
Het mooiste van mijn vak vind ik dat geen dag hetzelfde is, ik mag out of de box gaan en denken in oplossingen en mogelijkheden. We zijn er nog niet, met name in de jeugd moeten we meer uitgaan van mogelijkheden en niet teveel labels plakken. Nog te vaak wordt bijvoorbeeld door scholen gevraagd om een diagnostisch traject. En natuurlijk is het belangrijk om te weten waar het vandaan komt, maar ik hoor liever waar het kind vastloopt, waar school tegenaan loopt en wat de mogelijkheden zijn die we hebben om het voor iedereen werkbaar te maken. Daar hebben we echt nog wel wat in te halen.”

“ SPV zijn is het voor mij helemaal”
Na de hectiek van de ochtendspits thuis, vertrekt Harry naar Utrecht. Om 9 uur heeft hij zijn eerste afspraak. Een meisje van 14 dat thuis vastloopt, met een moeder met psychische problemen. “We kijken samen naar wat ze wil , of ze zich veilig voelt en hoe ze met haar emoties om kan gaan. De ochtend vliegt voorbij, ik zie ieder uur een cliënt.  Na de lunch ga ik vaak op pad voor een huisbezoek. Bijvoorbeeld bij een meisje dat net uit het ziekenhuis is ontslagen met eetproblemen. Haar bezoek ik thuis. Ik heb mijn eigen caseload van ongeveer 15 gezinnen, waarbij ik niet alleen de kinderen maar ook vaak de ouders begeleid. Waar lopen ze tegenaan? Kan ik met ze meedenken in de opvoeding? Aan het eind van de dag probeer ik vaak meteen te rapporteren. Op een gemiddelde dag zie ik ongeveer 6 cliënten of hun ouders. Het komt de laatste tijd, mede door corona, vaak voor dat ik gevraagd wordt een avonddienst te vervangen bij de crisisdienst. Momenteel doe ik dat bij Julius, maar in de afgelopen jaren heb ik gewerkt bij Reinier van Arkel, Altrecht Overvecht Noord, Rivierduinen en bij de huisartsenpost Leiderdorp.

De toekomst is voor Harry vrij helder: “Er zijn veel organisaties die je binnen proberen te halen en aanbieden dat je bij hen de opleiding tot verpleegkundig specialist mag volgen. Maar ik wil dat niet. SPV zijn is het voor mij helemaal. Ik wil bovendien alles een keer meegemaakt hebben binnen mijn vak. Zo hoop ik dat ik nog een keer in een PI mag werken, want de forensische tak daar heb ik nog weinig mee gedaan. Ik zou best nog wel met management en coachingstaken aan de slag willen, maar van crisis en werken in de jeugd word ik gewoon echt heel blij.
 
“Er hoeft niet altijd sprake te zijn van therapie”
Als Harry gevraagd wordt naar de casus die hem altijd bij zal blijven, zucht hij een keer diep. “Een lastige vraag, want uit iedere casus haal je wel iets. De casussen waarin ik ook iets leer over mezelf, vind ik altijd heel interessant. De laatste twee jaar heb ik nogal last van het ‘Impostersyndroom’ gaat Harry verder. Dan zie ik een psychiater, psycholoog of therapeut en dan denk ik: ‘Die kunnen iets specifieks, zij geven een concrete behandeling. En ik ben een SPV en doe een beetje van alles wat. Ik ben nergens specialist in.’ Maar eigenlijk boeit het niet dat ik het geen therapie kan noemen, want het gaat om de klik. Ik heb nu een jongen in behandeling die op de middelbare school vast liep, hij haalde met moeite zijn vmbo-diploma. Zijn vervolgopleiding was ook lastig en toen hij randje psychotisch was, werd hij doorverwezen naar een psycholoog.  Na 3 bijeenkomsten liep die behandeling spaak. De jongen zei letterlijk: ‘Ik heb op het internet een cursus psychologie gedaan en ik had precies door wat deze mevrouw aan het doen was. Daar trap ik dus mooi niet in.’ “

Harry besluit te kijken wat hij voor de jongen kan betekenen. “Ik heb wat afspraken met hem ingepland en ben gewoon met hem in gesprek gegaan. Zonder verwachtingen. Of toch wel, want de verwachting was dat hij ook hier niet aan mee wilde werken. Voor mijn gevoel ‘deed ik maar wat’ door gewoon met hem het gesprek aan te gaan. Ik gaf hem tenslotte geen therapie. Totdat ik een mailtje van zijn moeder kreeg. Haar zoon kwam iedere keer vrolijk en ontspannen terug van onze gesprekken. Ze vroeg me of ik alsjeblieft door wilde gaan”.

En dat doet Harry. “Al pratende hebben we een plan gemaakt. Zijn wens was helder: hij wilde weten wat er met hem aan de hand was.”  Om tot een antwoord op die vraag te komen, hebben we samen procesdiagnostiek gedaan en met onze bevindingen de psychiater ingeschakeld die hem kort onderzoekt. De diagnose: autisme. De jongen is blij met deze uitkomst, nu kan hij een heleboel dingen verklaren.  Harry denkt dat zijn taak erop zit, de jongen heeft zijn antwoord. Maar niets is minder waar: Harry wordt gevraagd om betrokken te blijven. De client wil graag de gesprekken voortzetten. Hij wil met Harry in gesprek over wat autisme voor hem betekent, wat bij hem past.
“Eens in de twee weken spreken wel elkaar”, vertelt Harry. “Hij benoemt wat hij meemaakt, waar hij tegenaan loopt. Ik probeer de vertaalslag te maken: want je hoeft anderen niet te snappen, als je jezelf maar begrijpt en aan de ander kan uitleggen hoe het bij jou werkt. Dat werkt ontzettend goed voor hem. Op dit soort momenten zie ik dat er niet altijd sprake hoeft te zijn van therapie. Dat het hebben van een klik, het maken van contact en samen doelen stellen, heel helpend kan zijn. We zijn nu samen met ouders, school en leerplichtambtenaar aan het bekijken hoe hij een diploma kan halen en wat daar voor begeleiding bij nodig is. Al denk ik dat deze jongen ook zonder school er wel gaat komen.”

“Als SPV wil en kan ik zo niet denken”
Waar het in mijn ogen soms misgaat in de zorg is dat er teveel in producten wordt gedacht. De norm is:  “Ik ben een professional / instelling en ik bied dit en dit product aan ”. Als SPV kan en wil ik zo niet denken. Ik wil vraaggericht werken. Alleen dan kan ik maatwerk bieden en mijn werk goed doen.
Ik wil mijn collega’s dan ook een uitdaging meegeven: kijk buiten de gebaande paden en denk out of the box. Voor de cliënt én jezelf. Er zijn enorm leuke werkvelden, je kunt zoveel leren, het is zo uitdagend en er is nog zoveel te halen. Er zijn zoveel mooie plekken waar je kunt werken, waar je geen productie hoeft te schrijven, behandelplannen moet uitwerken voor een zorgverzekeraar, maar waar je het gewoon samen met de cliënt kunt vormgeven. Dat maakt ons werk zo mooi!”

26 januari 2022

Wijk GGD

Lees meer