18 mei 2026

SPV blogspot Gerard: De kracht van betekenis

Ik ben Gerard Lohuis, werkzaam bij BuurtzorgT Groningen en als docent verbonden aan de Hanzehogeschool (Opleiding SPV) en Rino Groep Utrecht. Tevens werkzaam voor de redactie SP van de beroepsvereniging.

Hij hield zo veel van haar, dat hij, uit angst haar te verliezen, aan een ketting legde als hij even weg moest. De rechter heeft het vonnis bepaald en hij mag nu drie jaar de gevangenis in. Hij zit momenteel depressief in de gevangenis en is alles wat voor hem betekenis had verloren. Hij is een crimineel die alleen straf verdient. In de gevangenis kijken ze hem ‘met de nek aan’. Totdat hij besluit dat het genoeg is geweest en uit het leven stapt.

Alle kinderen in het gezin hebben hun weg in de samenleving gevonden. Paula blijft steken in klachten en voelt zich door niemand begrepen. Ze klampt zich aan iedereen vast. Stalking volgens de politie, extreme vermijding volgens de GGZ en koppelt er een persoonlijkheidsprobleem aan. Ze krijgt een voorwaardelijke straf opgelegd en als voorwaarde verplichte GGZ. Ze voelt zich niet begrepen en gaat nu voortdurend met justitie en GGZ de strijd aan. Ze voelt zich door niemand gezien of begrepen en de strijd brengt haar alleen maar dieper naar de afgrond.

Ogenschijnlijk lijken problemen ‘onder controle’ gebracht te worden door deze te duiden vanuit een van te voren opgesteld (wetenschappelijk) kader. Er zijn regels die niet overschreden mogen worden. Wetboeken zijn geschreven, vol met regels en consequenties wanneer de regels niet nageleefd worden. Systemen zijn er rondom heen gedrapeerd zodat het gedachtengoed ‘warm gehouden’ wordt. De regels zijn er niet voor niets. Het biedt houvast en een handelingskader. Iets van rechten en plichten.

Toen de Westerlingen Australië ontdekt hadden, werden de kinderen bij de Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners, weggehaald omdat deze de kinderen vanuit Westerse optiek bezien, verwaarloosden. Waarop de Aboriginals zich verenigden tegen de Westerse ‘wetboeken’ door een vorm van Eigen Kracht te ontwikkelen waaruit later de Eigen kracht Conferenties ontstonden (Paul Nixon, ). De Aboriginals wilden niet langer dat hun kinderen bij hen werden weggehaald en door zich te verenigen, werden ze weer eigenaar van hun, door de Westerlingen opgelegde, probleem en slaagden ze erin het op te lossen. Hierin komen twee belangrijke aspecten terug waar we in de GGZ van kunnen leren. Maar dan moeten we eerst kijken hoe die GGZ probeert om greep te krijgen op haar eigen manier van denken en handelen.

Om gedrag te begrijpen heeft de GGZ haar eigen Wetboek, de DSM, opgesteld. Hierin worden afspraken gemaakt hoe we gedrag en problemen kunnen begrijpen door ze aan hand van symptomen te clusteren tot een diagnose. Hierdoor ontstaat er een eigen taal die ontdaan is van de betekenis en beleving. Op basis hiervan wordt een behandeling vastgesteld met de beste bedoelingen om hulpverleners handvatten en richtlijnen te verstrekken om de betrokkene te helpen. Het heeft een beperkt effect en helaas heeft deze vorm van denken een heleboel iatrogene bijwerkingen. De buitenwereld ziet die diagnosen als een verklaring voor gedrag en gebruikt de diagnosen om anderen of zichzelf te beoordelen. Er is een toenemende groep die bij zichzelf symptomen herkent en vindt dat GGZ- hulp op z’n plek is. Waarbij de diagnose een ontschuldigende werking heeft. “Ik ben depressief waardoor ik niet in staat ben om…” of “Ik denk dat ik een vorm van autisme heb, dus hoe kan die UWV-arts nu van mij verwachten dat….”.
Hierbij wordt de context over het hoofd gezien en het gedrag als ‘ziek bestempeld’. Een diagnose geeft immers recht op hulp en hierbij wordt de betrokkene, net als bij de Aboriginals, onteigent van het probleem. Denk hierbij aan jongeren die psychologische hulp nodig hebben omdat ze een vermeende depressie hebben maar vooral aanlopen tegen de gehaaste samenleving en elke dag gelukkig willen zijn. Zij lijden aan het leven en dat is iets anders dan een depressie. Dat wil niet zeggen dat ze niet lijden maar de GGZ is niet de route om dit aan te pakken.

Een andere bijwerking: de financiering van de problemen. Er is een diagnose nodig om GGZ in te schakelen of om via de WMO recht op ondersteuning te krijgen. Het ‘ziektedenken’ is in het Wetboek voor hulpverlening binnen geslopen om de financiering te rechtvaardigen. Een andere bijwerking; je moet naar een professional om het probleem aan te pakken want dan komt ‘het goed’. De goegemeente schakelt zichzelf daarmee uit, of beter gezegd, de verbinding om als gemeenschap aan problemen te werken, wordt niet benut.

Er zijn nog meer bijwerkingen waarbij maatschappelijke (lees: contextuele) oorzaken een rol spelen en uiteindelijk de GGZ het eindstation wordt en dat eigenlijk niet zou moeten zijn. Omdat de oplossing binnen de GGZ met haar diagnosen de oorzaak van het probleem niet kan tackelen. Denk hierbij aan het groeiende verschil in inkomens, denk hierbij aan eenzaamheid, denk hierbij aan jezelf nuttig voelen, denk hierbij aan een gezonde levensstijl, denk hierbij ….. .
Bijvoorbeeld Tim’S Jongers. Hij heeft ons van binnenuit laten zien wat armoede met mensen doet. Bij zijn theatervoorstelling start hij met de vraag: wie heeft er hulp ingeschakeld bij een hypotheekadvies? Of wie heeft er wel eens een goede vriend met kennis van zaken ingeschakeld voor advies bij een conflict met de buurman? Het blijkt dat mensen met geld en goed sociaal netwerk, hierover beschikken. Mensen met weinig geld of levend in armoede niet. Om nog maar te zwijgen over de invloed van voldoende geld en de invloed hiervan op een levensstijl die er voor zorgt dat mensen met geld langer en gezonder leven. Bovendien doet armoede iets met zelfvertrouwen. De mensen die gestudeerd hebben, bepalen in feite de samenleving omdat zij over middelen en kennis beschikken die daarvoor nodig zijn. Een beetje yup schakelt immers een personal coach in om het beste uit zichzelf te halen. Zonder personal coach lijk je er niet meer bij te horen.

Maar ik dwaal af. Of ook weer niet. Want het betoog is een opsomming van maatschappelijke factoren die het welzijn en de mate van geestelijk welbevinden bepalen. Natuurlijk spelen erfelijke aanleg en biologische gevoeligheid een rol bij het ontstaan van GGZ- problemen, maar het is de samenleving waarin we leven die bepaalt of dat een probleem wordt. En dan komen we terug bij de belangrijkste indicatoren van welbevinden zoals Ruut Veenhoven het ons heeft laten zien: gevoel van autonomie, belangrijke relaties en iets van zingeving ervaren. Misschien is voor mij het schrijven van dit stukje wel een vorm van zingeving: het idee dat ik er toe doe, ook al bepaalt de lezer uiteindelijk of dat het geval is.

Zoals gezegd zijn er twee belangrijke aspecten die voor de GGZ leidend zouden moeten zijn. De context is hierboven beschreven bij het ontstaan van de problemen en de tweede is het relationele aspect en de daaruit voortvloeiende wederkerigheid en beleving van het probleem. Het is een oproep om iedere vorm van GGZ-hulp op relationele basis uit te voeren.

Helen is thuis seksueel misbruikt, aan de drugs geraakt en voelt zich door niemand gezien. Ze vertrouwt anderen niet. Ze is af en toe verward en heeft moeite om emoties onder controle te houden waardoor ze nogal eens met de politie in aanraking komt. Ze krijgt een GGZ-diagnose maar herkent zichzelf daar maar ten dele in. Ze kan onvoldoende profiteren van de behandeling maar heeft het geluk dat de hulpverlener met haar begaan is. Iemand die relationeel en vanuit een humaniserende visie met Helen weet om te gaan. Maar wat doet deze hulpverlener dan?

Er is sprake van het betrekken van de beleving en betekenis van de problemen zoals deze door Helen wordt ervaren. Methodisch gezien werkt de hulpverlener hierbij niet vanuit pathologie maar vanuit salutogenese, fortigenese en empowerment.

Salutogenese is een visie die door Aaron Antonovsky is beschreven. Antonovsky is een Israëlische socioloog die het verschil tussen ziekte en gezondheid als een graduele overgang ziet. Het benadrukt de balans tussen stressoren en hulpmiddelen zoals kennis en zelfeffectiviteit. Gezondheid kan bevordert worden door leefstijl en beter omgaan met stressoren. Met andere woorden: een krachtgerichte benadering om het gevoel van autonomie en zingeving te verbeteren. De hulpverlener kreeg begrip voor de manier waarop Helen worstelde en kon de schema- en copingpatronen wel zien, maar zag daarbij ook de kracht die Helen heeft om te (over)leven. Daarbij kijkt ze naar de manier waarop Helen heeft geleerd om met heftige gebeurtenissen in haar leven om te gaan, fortigenese. Bij fortigenese gaat het om aangeleerde vindingrijkheid, zelfvertrouwen, persoonlijke krachten en de manier waarop Helen haar problemen ervaart. Bij fortigenese gaat het om het versterken van de persoonlijke krachten.

Dit sluit aan bij wat Trond Aarre (1991) en Jim van Os (2016) stellen wanneer ze beide zeggen dat een GGZ zich moet richten op hoop, betekenis en verbondenheid. In herstelondersteunende zorg werken cliënten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners samen aan zinvolle doelen. Van expertmodel naar samenwerking en co-creatie. Harlene Anderson (1997) stelt dat professionals hun ‘wetende positie’ moeten loslaten. Omdat diagnosen niets zeggen over de beleving en betekenis die de betrokkene er aan geeft. Therapie wordt een gedeeld proces van betekenisgeving. Tom Andersen (1991) voegt daar het reflecterende communiceren aan toe; de hulpverlener die open reflecteert in het bijzijn van de cliënt, om transparantie en gelijkwaardigheid te bevorderen. Deze benaderingen sluiten aan bij Jaakko Seikkula’s Open Dialogue, waarin samen betekenis gegeven wordt aan ervaring zonder vooraf bepaalde interpretatie. Kenneth Gergen (2009) noemt dit ‘relationeel zijn’: identiteit en werkelijkheid worden samen gecreëerd. Dat alles is weer sterk gebaseerd op wat Andries Baart heeft geschreven over presentie. Het is een GGZ die gebaseerd is op een humaniserende psychiatrie.

Luuk. L. Westerhof heeft in zijn artikel “Van een dehumaniserende naar een meer humaniserende taal in de psychiatrie/ Een pleidooi voor een relationele, empowermentgerichte en medemenselijke benadering van psychisch lijden” een aantal voorwaarden beschreven om een meer humaniserende psychiatrie vorm te geven:

• Taalvernieuwing (Van Os, 2017; Anderson, 1997)
• Relationeel werken (Seikkula, 2003)
• Ervaringsdeskundigheid integreren
• Trauma- en lichaamsgerichte benaderingen (Van der Kolk, 2014; Levine, 1997)
• Macht delen in zorgstructuren (Foucault, 1977; Maté, 2011)

Het is een pleidooi voor een humaniserende psychiatrie waarbij een beschrijvende diagnose (en geen classificatie) in combinatie met de beleving en betekenis die betrokkene ervaart bij het probleem in relationele samenwerking wordt uitgevoerd. En relationeel betekent binnen een machtsvrije dialoog.

Gerard Lohuis

Literatuur
• Andersen, T. (1997). *The reflecting team: Dialogues and dialogues about the dialogues. Norton. Andersen, T. (1997). *The reflecting team: Dialogues and dialogues about the dialogues. Norton.
• Kolk, B. A., van der (2014). *The body keeps the score: Brain, mind, and body in the healing of trauma*. Viking.
• Levine, P. A. (1997). *Waking the tiger: Healing trauma*. North Atlantic Books.
• Maté, G. (2011). *When the body says no: Exploring the stress-disease connection*. Wiley
• Obbema, F. ‘Ik zoek iemands eigen verhaal, altijd’ Volkskrant 15 mei 2026
• Os, J., v. (2017). *De DSM-5 voorbij: Persoonlijke diagnostiek in een nieuwe GGZ*. ISBN 97894-91969-003 Diagnosis Uitgevers Leusden
• Seikkula, J., & Olson, M. E. (2003). The open dialogue approach to acute psychosis: Its poetics and micropolitics. *Family Process*, 42(3), 403–418.
• Seikkula, J., Alakare, B., & Aaltonen, J. (2006). Open Dialogue in psychosis I: An introduction and case illustration. *Journal of Constructivist Psychology*, 19(3), 161–181.
• Westerhof, Luuk, L. (2025) Van een dehumaniserende naar een meer humaniserende taal in de psychiatrie/ Een pleidooi voor een relationele, empowermentgerichte en medemenselijke benadering van psychisch lijden in Mad in the Netherlands www.madinthenetherlands.org

naar alle SPV blogspot

7 mei 2026

SPV podcast Onderweg: Aan tafel met…Bert Stavenuiter

Lees meer
4 mei 2026

SPV blogspot Mirella: Help mijn kind experimenteert met een middel afl.8

Lees meer
27 april 2026

SPV blogspot Marja: Support

Lees meer