6 april 2026

SPV blogspot Gerard: Niet alles is psychiatrie

Ik ben Gerard Lohuis, werkzaam bij BuurtzorgT Groningen en als docent verbonden aan de Hanzehogeschool (Opleiding SPV) en Rino Groep Utrecht. Tevens werkzaam voor de redactie SP van de beroepsvereniging.

We hebben afgesproken in een restaurant. Alex heeft zijn capuchon ver over zijn gezicht getrokken. In tegenstelling tot andere keren, kijkt hij me met een wantrouwende blik aan. Hij heeft zich zelfs geërgerd aan zijn zus die op zijn verjaardag een foto van hem wilde maken. “Wat gaat ze met de foto doen” was de eerste gedachte bij zijn zus, met wie hij altijd goed kan opschieten. Alex blijkt in de ban te zijn van ChatGPT en denkt daarin een menselijke ondersteuner te hebben gevonden. Nadat hij is gaan zoeken ‘wat te doen wanneer je iemand niet vertrouwd’ heeft het algoritme hem naar een eigen wereld geleid waardoor hij nu iedereen wantrouwt. Hij bekijkt de wereld vanaf nu met een geheel andere blik. Ik heb werk te doen.

Hoe loopt het af? Er zijn scenario’s te schetsen. In het eerste scenario dat gangbaar is in de GGZ die een probleem in Alex ziet ontstaan, de medicaliserende tak, beoordeelt of er sprake is van symptomatologie en zal die vinden. Alex is wantrouwend, beïnvloedbaar, licht psychotisch of mogelijkerwijs een psychose aan het ontwikkelen, dysthyme stemming en afwerend in contact (mogelijk te koppelen aan zijn persoonlijkheid). Geen speld tussen te krijgen. Diagnostisch voldoet hij aan criteria voor een DSM-diagnose. En recht op een goede behandeling.
Scenario 2. Alex gaat de wereld meer en meer als een (be)dreiging zien en trekt zich terug. Hij sluit zich meer en meer af voor contact en gaat op het web naar medestanders zoeken. Die zijn er want voor iedere waarheid is er op het web tegenwoordig een plausibele verklaring en onderbouwing te vinden. Hij schaft zich een hoodie aan en radicaliseert. Mogelijk eindigt dit ergens justitieel, mogelijk reclassering of forensisch kader.
Scenario 3. Alex trekt zich terug omdat hij zich niet begrepen voelt en wordt onverschillig. In zo’n wereld wil hij niet leven en ontwikkelt fatalistische gevoelens. De zelfzorg neemt af en omstanders trekken aan de bel. De weg richting OGGZ ligt open.
Scenario 4. Mag u zelf invullen want het aantal scenario’s is onbeperkt en afhankelijk van de context, het netwerk, persoonlijkheid met zijn erfelijke aanleg en problemen in het leven die Alex tot nu toe hebben gevormd. En de samenleving waarin Alex leeft.

Wat nu als we als gedachte-experiment ervan uit gaan dat de wereld ziek is en dat Alex daaraan lijdt. Dirk de Wachter beschrijft in zijn boek Borderline Times dat de wereld met al zijn mogelijkheden onbegrensd is en dat hierdoor alle symptomen van borderline in de wereld zelf opgesloten liggen. We zien het bij de jongeren. Ze hebben zo veel keuzes en leven met het idee, gevoed door internet, dat je elke dag gelukkig moet zijn. Omgaan met problemen, wrijving of ongemak moet niet te ver gaan want dan moet er aan de persoonlijkheid iets gebeuren. De weg naar therapie en diagnostiek wordt ingeslagen. De GGZ ziet deze toestroom op zich afkomen. De vraag die opdoemt: wat kan de GGZ aan deze ontwikkeling doen. De gang naar de therapie is in de afgelopen jaren fors toegenomen en het recht op een diagnose geeft een verklaring voor het lijden. Of, en dan citeer ik Trudy Dehue, slaan we (on)terecht aan het reïficeren. Door iemand een diagnose te geven krijgt iemand het idee dat het probleem aan hem of haar zelf ligt. Als dat label niet wordt gegeven, bestaat het ook niet. Maar wat dan wel? Dat iemand aan het leven lijdt? Dat de tijd waarin we leven zoveel eisender is geworden en dat velen daar niet aan weten te voldoen? Dat influencers zonder kennis van zaken kwetsbare of gevoelige mensen op verkeerde wijze beïnvloeden? Kortom: wat we nu proberen op te lossen met een diagnose en behandeling, kan het probleem mogelijk zelfs versterken. In hoeverre is de GGZ iatrogeen bezig. Een etiket geeft aan dat er met jou iets aan de hand is, dat jij niet aangepast bent en dat jij,jij,jij,……. Met (zelf)stigma, toenemend gebrek aan (zelf)vertrouwen. Tim’S Jongers liet bijvoorbeeld zien wat armoede in mentaal opzicht met mensen doet. Het gevoel dat je er niet bij hoort, dat er toch niet naar je wordt geluisterd en door een ongezonde levensstijl eerder dood gaat. En dat het effect nog generaties lang na-ijlt.

Vooropgesteld: een diagnose kan helpend zijn. Wanneer iemand zich erkent weet door de diagnose kan dat bijdragen aan een goede behandeling. Er zijn prachtige therapieën ontwikkeld waarmee mensen geholpen kunnen worden. Over het rendement en welke therapie het meest geschikt is, zijn de meningen verdeeld. Hulpverleners hebben hiermee een visie en instrument in handen om mensen te behandelen. Flip Jan van Oenen heeft in zijn boek Verdragen nog weer eens laten zien dat het met name de persoon van de hulpverlener is wat bepaalt of een therapie aanslaat. En dat het rendement van therapie beperkt is.

Het zou nog mooier zijn als we meer en meer overgaan in beschrijvende diagnosen. Geen label uit de DSM maar een omschrijving waarom iemand is vastgelopen en wat iemand nodig heeft om weer mee te kunnen doen. Want is het decompenseren of het op geestelijk niveau niet meer aankunnen, niet ontstaan in de wisselwerking tussen gebeurtenissen in de context en systeem van iemand? De erfelijkheid en levensloop bepalen op individueel niveau de kwetsbaarheid maar iemand valt uit vanwege gebeurtenissen waar hij of zijn niet mee weet om te gaan. Een diagnose isoleert iemand en wijst erop dat desbetreffende actie moet ondernemen om het probleem op te lossen. Het zet een geheel eigen dynamiek in werking.

Helaas is het ook al lang duidelijk dat velen die een beroep doen op de GGZ met het idee dat ze een (beschrijvende) diagnose en behandeling nodig hebben, niet aan het goede adres zijn. Wanneer iemand zich nutteloos voelt omdat hij ontslag heeft gekregen en daardoor uitvalt, wanneer iemand door financiële problemen niet meer weet hoe het verder moet in het leven, wanneer iemand zich niet meer gezien voelt in zijn netwerk of zoals Alex wantrouwend wordt en vastloopt door AI, dan is de GGZ niet in beeld. Vele mensen die de weg in het leven niet meer vinden, psychische problemen krijgen, slaan nu nogal eens de weg naar de GGZ in. Dat heeft de GGZ deels over zichzelf afgeroepen door de suggestie te wekken dat ze hiervoor is. Dit gebeurt vanuit de beste intenties want we willen mensen helpen. Helaas hebben sommige instellingen hier een verdienmodel van gemaakt waardoor juist de mensen met de meest complexe problemen niet de passende hulp krijgen. Mensen die vastgelopen zijn in het leven des te meer. En daar zou de GGZ niet voor moeten zijn omdat levensproblemen niet binnen de GGZ opgelost kunnen worden. Waar in het verleden de kerk of vakbond de kaders vormden hoe geleefd moest worden, lijkt dat nu door de GGZ te worden bepaald.

Vele mensen die de weg in het leven niet meer vinden, psychische problemen krijgen, slaan nu nogal eens de weg naar de GGZ in. Dat heeft de GGZ deels over zichzelf afgeroepen door de suggestie te wekken dat ze hiervoor is

Ook blijkt dat mensen met de meest complexe problemen onvoldoende profiteren van wat de GGZ te bieden heeft. Het is de vraag of de GGZ bij hen in the-lead moet. Een GGZ diagnose leidt onbedoeld tot (zelf)stigmatisering en uitsluiting. Waar voor sommigen en diagnose helpend kan zijn, wordt deze doelgroep onnodig gestigmatiseerd. Vanuit de Nieuwe GGZ wordt geprobeerd om vanuit een zestal indicatoren (existentieel, sociaal, cultureel, trauma, levensstijl, lichamelijk) te komen tot een beschrijvende diagnose vanuit de behoefte die iemand zelf heeft om ‘weer mee te kunnen doen’. Een stap op weg in de goede richting. Maar helaas wil een deel van de mensen met complexe problemen zichzelf niet zien als cliënt zien. En geef ze eens ongelijk. Sterker nog, ze hebben gelijk.

Een deel van de mensen met complexe problemen wil zichzelf niet zien als cliënt zien. En geef ze eens ongelijk. Sterker nog, ze hebben gelijk.

Harry Kunneman vertelt op het congres Gezelschappelijke Psychiatrie op 12 maart in de Nieuwe Buitensociëteit in Zwolle, naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Gert Schout `Mijn broeders hoeder-Naar een gezelschappelijke psychiatrie’, dat de complexiteit van menselijke psyches en relaties tussen mensen, begrepen moet worden vanuit fundamentele verwantschappen tussen mensen. We hebben, aldus Kunneman, een breed spectrum van sociale relaties en daarmee verbonden gevoelens geërfd. Die gevoelens lopen uiteen van onderwerping/ parasitisme via concurrentie/uitwisseling en samenwerking in het midden, tot van elkaar kunnen genieten in vriendschap en erotiek. Zeg maar van elkaar bestrijden tot elkaar liefhebben. Het is maar welke relationele voedingsbodem hieronder ligt om te zien welk gevoel voorrang krijgt. Volgens Kunneman is de alomtegenwoordige individualisering, de concurrentie, de prestatiedruk, de valse koppeling tussen meer consumeren, beter leven en de grote armoede in onze relaties met andere levensvormen oorzakelijk voor het decompenseren. Hulpverleners zouden ‘relationeel reparatiewerk’ moeten verrichten terwijl ze nu cliënten vooral zien als ‘relationeel reparatiewerk’. Dat moet gebeuren in een proces van wederkerigheid en gelijkwaardigheid.

Kunneman en Schout willen een weg inslaan waarbij ze ruimte creëren voor mensen die nu als cliënt weggezet worden met een individueel probleem naar mensen die zich erkent voelen om in wederkerigheid met hulpverlening te werken aan hun kwetsbaarheid. Werken aan verrijking van een relationele voedingsbodem. Hulpverlening is daarmee een proces van geven en nemen. Zoals indertijd de Brouwerij in Amsterdam. Mensen die daar kwamen, hadden vanuit het GGZ-perspectief, forse psychiatrische problemen en bezochten de Brouwerij om deel te nemen aan een gemeenschap. Je kwam iets halen, ondersteuning en hulp, maar leverde ook retourgiften in de vorm die bij de bezoeker aansloot. Of het opruimen van afval in de buurt was, of een workshop geven, je kwam iets doen. Daarmee voldeed het aan twee ingrediënten voor geluk: zingeving en verbonden voelen. Een rijke relationele voedingsbodem in de termen van Kunneman. Hierbij komt iemand niet als cliënt waar hulpverlening iets aan moet doen, maar als lid van een gemeenschap. Geen diagnose of beoordeling vanuit ziekte, maar actief werken aan verrijking van een relationele voedingsbodem in een wederkerig proces. Wie een mooi lopend voorbeeld van deze vorm van hulpverlening wil zien, maakt een afspraak met BijBram. Op hun website www.bijbram.nl staat de volgende tekst:

“BijBram is er voor iedereen die ondersteuning nodig heeft om weer stevig in het leven te staan. We helpen mensen de regie over hun eigen herstel terug te krijgen door naast hen te staan, met een open blik en een creatieve aanpak die buiten de gebaande paden gaat. Inclusiviteit staat bij ons centraal: iedereen is welkom, ongeacht wie je bent of waar je vandaan komt. BijBram is meer dan zorg, we zijn een gemeenschap. Iedereen, of je nu lid, vrijwilliger, medewerker of eigenaar bent, draagt bij op zijn of haar eigen manier. Samen werken we aan een fijne en veilige leefomgeving, waarin iedereen zijn steentje bijdraagt, hoe groot of klein dat ook is. We geloven in de kracht van ritme en verbinding. Door samen activiteiten te ondernemen, van werken tot zorgen, bouwen we aan sterke relaties en creëren we een plek waar iedereen zich thuis voelt.”

Gerard Lohuis

naar alle SPV blogspot

2 april 2026

SPV podcast Onderweg: De Breburg pilot

Lees meer
30 maart 2026

SPV blogspot Karin: Onmacht

Lees meer
24 maart 2026

18. Hoe trauma interne stemmen vormt; de gezonde volwassene

Lees meer