26 januari 2026

SPV blogspot Mirella: Oog voor naasten bij verslavingsproblematiek afl.7

Mijn naam is Mirella Carfora. Ik ben werkzaam als SPV bij GGZ-NHN voor de teams persoonlijkheids- en eetstoornissen. Daarnaast ben ik ook consulterend naar cliënten en medewerkers van de teams ADHD en het jong volwassenen team (JOVO). De klachten van deze groep cliënten zijn multi complex en een vaak voorkomende coping is middelengebruik of een gedragsverslaving.

“Er is niemand zo hard voor een verslaafde als een verslaafde zelf,” zei een cliënt eens tegen mij. Een mooie eyeopener. Tijdens het voorbereiden van deze blog realiseer ik mij dat dit net zo geldt voor naasten van een verslaafde. De strengheid waarmee zij naar zichzelf kijken wanneer zij tóch een grens stellen of hun behoefte uitspreken richting hun naaste met verslavingsproblematiek. Als SPV is het belangrijk oog te hebben voor de naasten van een verslaafde. Dit is een belangrijke competentie van de SPV. Op de werkkaart GGZ-standaarden Triadisch werken wordt beschreven hoe dit vorm kan krijgen.

Naasten ervaren vaak een diep gevoel van machteloosheid. Niemand kiest ervoor om verliefd te worden op iemand met een verslaving, kind te zijn van een verslaafde of ouder te worden van een kind dat verslaafd raakt. Liefde is geen keuze. De gevolgen van verslaving zijn dat wel, maar komen ongevraagd het leven binnen. Anders dan een hulpverlener zijn naasten emotioneel betrokken. Afstand nemen of wachten tot de verslaafde klaar is voor gedragsverandering is dan ook uiterst moeilijk. Zij leven dagelijks met geldzorgen, gezondheidsproblemen en schaamte en kunnen de deur niet sluiten tot een volgende afspraak.

Verslaving gaat regelmatig gepaard met liegen. Niet altijd bewust, vaak uit onmacht. Beloftes tot verandering tasten het vertrouwen van naasten aan. Wanneer dat vertrouwen afneemt, nemen gevoelens van machteloosheid en wantrouwen toe. Dit kan zich uiten in controlerend gedrag en conflicten.

Naasten proberen regelmatig de gevolgen van het verslavingsgedrag te voorkomen. Daarbij nemen zij meer verantwoordelijkheid dan gezond is en verliezen zij hun eigen grenzen en behoeften uit het oog. Schuld en schaamte spelen een grote rol. Het probleem wordt soms gebagatelliseerd en de verslaafde wordt beschermd naar de buitenwereld.

Dit niet-helpend gedrag kan leiden tot klachten bij de naaste zelf. Slecht slapen, angst- en spanningsklachten, somberheid en lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en vermoeidheid komen regelmatig voor.

a

Als SPV richt je je hulp op het versterken van de naaste. Ook zij maken een proces van gedragsverandering door. Motiverende gespreksvoering vormt hierbij een belangrijke basis. Het erkennen en normaliseren van gevoelens en gedrag is essentieel om beweging mogelijk te maken.

Helpend gedrag voelt voor naasten vaak harder dan niet-helpend gedrag, vooral in het begin. Psycho-educatie helpt om te begrijpen dat grenzen stellen op de lange termijn juist liefdevoller en effectiever is. Gebruik hierbij concrete voorbeelden en niet teveel theorie, blijf aandacht houden voor wat dit met de naaste doet. Onderzoek samen hun behoeften, grenzen en waarden en bespreek waar zij wél invloed op hebben. Schuldgevoelens en loyaliteitsconflicten verdienen expliciete aandacht.

Het stellen van grenzen vraagt oefening. Door samen zinnen te formuleren of via een rollenspel kunnen naasten hierin vaardiger worden. Bespreek angsten en mogelijke consequenties en benadruk dat een grens stellen geen afwijzing is. Zelfzorg voelt voor veel naasten egoïstisch; sociale contacten zijn vaak verwaarloosd door schaamte. Sta stil bij hoe zij opnieuw ruimte kunnen maken voor hun eigen leven en wees alert op signalen van overbelasting en mogelijk trauma.

KOPP-KOV

Dit verwijst naar kinderen die opgroeien in gezinnen waar één of beide ouders kampen met psychische aandoeningen of verslavingsproblemen. KOPP staat voor ‘Kinderen van Ouders met Psychische Problemen’ en verwijst naar kinderen van ouders met psychische aandoeningen. KOV, wat staat voor ‘Kinderen van Verslaafde Ouders’, heeft betrekking op kinderen die opgroeien bij ouders met verslavingsproblemen.

Als SPV is het raadzaam om het zogenaamde KOPP-KOV-gesprek met de kinderen te voeren.

Deze groep kinderen heeft een verhoogd risico om zelf psychische problemen of verslavingen te ontwikkelen. Vaak ervaren zij gevoelens van verantwoordelijkheid, onzekerheid en hebben zij veel vragen over de situatie thuis. Het is daarom van groot belang dat er speciale aandacht en ondersteuning is voor deze kinderen. Deze ondersteuning wordt vaak geboden in de vorm van leeftijdsgenoten groepen, zoals KOPP/KOV-groepen, waarin kinderen elkaar, in een veilige omgeving, kunnen ondersteunen en delen wat ze meemaken.

KOPP-KOV; Het Belang van Aandacht voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen of Verslaving

De termen KOPP en KOV die verwijzen naar kinderen die opgroeien in gezinnen waar één of beide ouders te maken hebben met psychische aandoeningen of verslavingsproblemen.

Deze groep kinderen staat voor unieke uitdagingen. Omdat zij vaak onzichtbaar zijn voor de buitenwereld, is het extra belangrijk om hen de juiste aandacht te geven en hen te ondersteunen in hun ontwikkeling. Als SPV is het dan ook raadzaam om het zogenaamde KOPP-KOV-gesprek met deze kinderen aan te gaan. Dit gesprek is een kans om samen te reflecteren op hun thuissituatie, hen te helpen begrijpen wat er gaande is en hen tools aan te reiken om met hun gevoelens om te gaan.

Waarom is dit zo belangrijk? Kinderen van ouders met psychische problemen of verslavingen hebben een verhoogd risico om zelf ook psychische aandoeningen of verslavingen te ontwikkelen. Daarnaast ervaren zij vaak gevoelens van onzekerheid en overgenomen verantwoordelijkheid, wat kan leiden tot problemen in hun eigen zelfbeeld en sociaal functioneren. Ze kunnen zich schuldig voelen over de situatie thuis of zich eenzaam voelen, omdat ze niet weten hoe ze hun emoties moeten uiten.

Daarom is het essentieel dat deze kinderen speciale aandacht krijgen, zodat zij zich gesteund voelen en niet vast komen te zitten in negatieve denkpatronen. Een effectieve manier van ondersteuning is via leeftijdsgenoten groepen, zoals KOPP/KOV-groepen. In deze groepen kunnen kinderen ervaringen delen, elkaar begrijpen en zich gesteund voelen door anderen die vergelijkbare situaties doormaken. Dit biedt niet alleen erkenning, maar ook praktische handvatten om met de uitdagingen van hun thuissituatie om te gaan in een veilige en begripvolle omgeving.

Kortom, het KOPP-KOV-gesprek en de bijbehorende ondersteuning zijn cruciaal om deze kinderen te helpen een gezond en veerkrachtig leven te ontwikkelen, ondanks de moeilijkheden die ze thuis ervaren.

Tot slot is het belangrijk om als hulpverlener ondersteuning buiten jezelf te organiseren. Denk aan lotgenotengroepen zoals Al-Anon, het betrekken van het sociale netwerk en eventueel een eigen behandeltraject voor de naaste. Wees daarbij helder over je rol en verantwoordelijkheid als SPV.

De kernboodschap voor naasten blijft:

Je bent niet verantwoordelijk voor de verslaving, maar wél voor jezelf.

 

Bronnen en verdieping

Triadisch werken

ggzstandaarden.nl samenwerking en ondersteuning naasten

KOPP-KOV:

Zelfhulpgroepen op een rij

Competenties van de SPV

19 januari 2026

SPV blogspot Gerard: DE SPV IN DE SAMENLEVING

Lees meer
13 januari 2026

SPV blogspot Benjamin: Landelijke Psychose Congres

Lees meer
6 januari 2026

17. “Hoe trauma interne stemmen vormt: De kleine ik’’

Lees meer