SPV blogspot Gerard: Beter laat dan nooit

Ik ben Gerard Lohuis, werkzaam bij BuurtzorgT Groningen en als docent verbonden aan de Hanzehogeschool (Opleiding SPV) en Rino Groep Utrecht. Tevens werkzaam voor de redactie SP van de beroepsvereniging.
Het is 1960. In de jaren hiervoor is hard gewerkt aan het ontwikkelen van medicijnen die mensen kunnen helpen die psychotisch of depressief zijn. Largactil en chloorpromazine verschijnen en de hoop neemt toe. Eindelijk een manier om de psychose te dempen. Er wordt hard gewerkt om nieuwe antidepressiva het daglicht te laten zien. De hoop gloort. Als het zo doorgaat is het wellicht mogelijk om de geestesziekten te doen verdwijnen.
Het is 2026. Psychosen en depressies komen nog steeds voor en medicatie lijkt niet verder te komen dan symptoombestrijding. Welkom, maar de slag om ziekten uit te bannen is op het wenschappelijk slagveld nog niet gestreden. Oh ja, de chloorpromazine blijkt nu vooral voorgeschreven te worden bij ernstige misselijkheid en braken (vaak in palliatieve fase)
Het is 2040. Een professor geeft college en vertelt dat er in 2026 steeds meer mensen geestelijke gezondheidszorgproblemen hebben. Dat jaarlijks 1,5 miljoen mensen een beroep doen op honderdduizend professionals. Steeds meer mensen worden in dat jaar gediagnosticeerd met een aandoening. Eén op de vier Nederlanders bezoekt een hulpverlener. Studenten reageren verbaast op de lezing en willen weten waardoor iedereen in die tijd zo ‘ziek was’ terwijl de professor ook vertelt dat Nederland op dat moment hoog staat op de indexlijst van gelukkigste mensen ter wereld. De studenten begrijpen er niets van.
Mogelijk zal de professor dan iets vertellen over de geschiedenis van geestesziekten. Dat men in de Middeleeuwen dacht dat mensen behekst waren of dat de ziekte een straf van god was. Na de Verlichting probeerde men er rationeler over te denken. In eerste instantie dat lichaamssappen en bloedstromen er iets mee te maken hadden. Steeds weer ontstonden er nieuwe inzichten maar steeds weer werd het gezien als een ziekte wanneer mensen in de war raakten of zichzelf niet meer in de hand konden houden. Diagnosen zouden helpen om beter in beeld te brengen wat ‘iemand mankeerde’ en steeds vaker werd iets als afwijkend beschouwt en moest iemand naar de GGZ omdat de kerken en de vakbonden niet langer voorschreven hoe mensen zich moesten gedragen. En in 2026 was de wereld zo ingewikkeld geworden en was de samenleving zo veeleisend dat velen dachten dat ze geestelijke gezondheidszorg nodig hadden.
De professor zet zijn betoog voort. Mensen hebben last van stress, willen alles uit het leven halen, willen gelukkig zijn, communicatie verloopt zo snel dat het menselijk brein onvoldoende geëvolueerd is om al die prikkels in een flitsende samenleving te verwerken, dat ICT en Chat GPT zo veel informatie geven dat iedere werkelijkheid mogelijk blijkt te zijn, dat iedereen voor zichzelf verantwoordelijk is, dat iedereen zijn eigen werkelijkheid moet vormgeven, en wanneer mensen daar niet aan kunnen voldoen, ze als uitweg een diagnose krijgen omdat ze niet met de dagelijkse werkelijkheid om weten te gaan. En oh ja, er zijn arme gezinnen waar kinderen zich minder kansrijk konden ontwikkelen. “Ja, we kunnen ons dat nu in 2040 nauwelijks voorstellen, maar zo was het toen. Het was een tijd waarin men nog dacht psychische ziekten ‘vooral in de mens zelf zaten’ en men had toen nog nauwelijks oog voor wat we nu de ziekte van de samenleving noemen. Gelukkig weten we inmiddels dat een gekke wereld waarin mensen hun weg niet weten te vinden, we dat probleem niet moeten medicaliseren maar dat we moeten kijken hoe we mensen kunnen helpen hun weg in het leven te vinden.
Een fata morgana? Dat ingewikkeldheid en gehaastheid van ons bestaan mensen een psychiatrische diagnose bezorgen? Het wordt tijd om na te denken dat we dat niet moeten individualiseren om de mens aan te passen aan die gekke wereld. Gek is dat het niet iets nieuws is. Wie de ontwikkeling van de sociale psychiatrie volgt, ziet dat hier al vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw voor werd gewaarschuwd. De sociale psychiatrie die oog had voor problemen in de context en systeem(wereld) waardoor mensen uit begonnen vallen. Het ligt niet aan een geconstrueerde ziekte (lees Trudy Dehue over reïficatie, waarover straks meer) maar aan een wereld die ziektekiemen in zich bergt en ziekmakend is. De professor in 2040 heeft het goed gezien. Het begon, afhankelijk van welke gebeurtenis je daarvoor wilt aanhalen, ergens halverwege, dan wel de jaren zeventig van de vorige eeuw.
Clifford Whittingham Beers (1876-1943) wordt halverwege de vorige eeuw drie jaar lang opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij schrijft een boek over zijn mensonterende ervaringen om een lans te breken voor een betere geestelijke gezondheidszorg. Hij bestrijdt het stigma dat kleefde aan de psychiatrische zorg. Het heet in zijn betoog nog geen sociale psychiatrie, maar hij maakt wel duidelijk dat een omgeving ziekmakend kan zijn, ook op plekken waar psychische problemen juist verholpen zouden moeten worden. Later, begin zeventiger jaren, komt de Mental Hygiene Movement opzetten. Zowel de positieve gezondheidsgedachte van Machteld Huber, de positieve psychologie als de ervaringsdeskundigen zijn schatplichtig. De sociale psychiatrie, ingezet door Meijers, Pameijer, Bouman en Querido wordt geboren. Essentiële uitgangspunten zijn:
1. Sociaal culturele context in maatschappelijk perspectief waarbij het gaat om wisselwerking tussen context en ontstaan van de problemen.
2. Contextgerichte benadering: systemisch kijken en netwerkbenadering
3. Epidemiologie en preventie
4. Voorkomen van marginalisering en bevorderen van autonomie

De sociale psychiatrie omarmde de herstelgedachte waarbij gekeken wordt naar wat mensen nodig hebben ‘om mee te kunnen doen’. Het uitvallen van mensen vanwege de psychische gevoeligheid of kwetsbaarheid dient hierbij voorkomen te worden, evenals marginalisering, uitstoting en stigmatisering. Dat leidt op zich al tot verhoogde kwetsbaarheid en toename van psychische problemen, nog los van de erfelijke aanleg of biologische gevoeligheid. Een ander uitgangspunt van de sociale psychiatrie was, en is nog steeds, de wisselwerking tussen gebeurtenissen die iemand meemaakt en hoe iemand daarmee omgaat. Wanneer er te veel gebeurt, of bij heftige gebeurtenissen, gaan mensen uitvallen omdat ze dit niet aan kunnen. Daarbij is altijd een omgeving of netwerk betrokken. Alleen het ontbreken van een netwerk kan al aanleiding zijn dat iemand het leven niet meer aan kan. Maar het tegendeel kan ook waar zijn, dat het netwerk zo verstikkend werkt dat iemand daardoor niet meer mee kan komen. Daarbij komt dat we leven in een tijd die wordt gedicteerd door een overload aan informatie, continu aan moeten staan, bereikbaar zijn, het beste uit jezelf moeten halen en dat allemaal zo veel mogelijk op individueel niveau. We worden niet massaal zieker maar de wereld draait door.
Het bedenken van allerlei diagnosen en behandelingen was een goedbedoelde poging om hier iets aan te doen en tegelijkertijd verergert dat het probleem. Zo gauw iets wordt benoemd als een diagnose gaat het een eigen leven leiden. Een deel heeft er zeker baat bij. Wanneer iets een naam krijgt en er een behandelend hulpaanbod volgt, is dat zeker nuttig. Maar we zijn doorgeslagen in onze goede bedoelingen. We zijn te veel gaan individualiseren door mensen die uitvallen in een behandeltraject te plaatsen. Want de wereld is ingewikkeld en we zijn de problemen gaan medicaliseren. We kijken naar het individu die een ‘reparatie nodig heeft’ en vergeten dat de ingewikkelde samenleving en de eisen die aan mensen worden gesteld, ziekmakend zijn. Dirk de Wachter stelde jaren geleden niet voor niets dat de wereld ziek is en dat de uitvallers ‘de gevolgen’ zijn van de ziekte waar de wereld aan lijdt.
Trudy Dehue heeft laten zien hoe door reïficatie steeds meer labels en ziektebeelden zijn geconstrueerd. Als we iets ziek noemen, is het logisch dat we dan willen helpen. Maar als we iets geen ziektelabel geven maar zien als een verstoorde reactie op levensgebeurtenissen, dan gaan we op een andere manier naar mensen kijken. Niet als een te behandelen probleem maar als iemand met beperkingen en mogelijkheden die het gevoel van autonomie is kwijtgeraakt. Iemand ziek verklaren is daarmee een onderdeel van het probleem dat leidt tot uitsluiting. Het is mooi dat de Nieuwe GGZ is gaan inzien dat we moeten normaliseren en beschrijven wat iemand zelf nog kan en wat de GGZ kan betekenen. Dat we de context en de beleving van de problemen veel meer moeten betrekken bij de hulp.
Lotgenoten en ervaringsdeskundigen zijn daarbij van onschatbare waarde. Gert Schout heeft in Mijn Broeders Hoeder een terechte lans gebroken voor een gezelschappelijke psychiatrie. Want een ander belangrijk aspect bij het voorkomen van medicalisering is het versterken van verbindingen tussen mensen. Ik schreef in eerdere blogs over ubuntu: je bent alleen mens in verbinding met de ander. Ik ben omdat wij zijn of Menselijkheid tegenover anderen. Een veel gebruikte definitie van ubuntu is Het geloof in een universeel gedeeld verbond dat de gehele mensheid verbindt.

Helaas, voor veel mensen dreigt door de huidige benadering door de GGZ een vorm van ‘psychocentrisme’. Het idee dat alle problemen die mensen ervaren, uitingen zijn van onderliggende pathologie van de individuele geest of het individuele lichaam, waarbij het individu verantwoordelijk wordt gehouden voor gezondheid en ziekte, succes en falen’. (Rimke, H.)
Dat we weg moeten bij het individualiseren van maatschappelijke problemen? Dat we mogelijk in de lijn van de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg steeds normaler gaan (leren) doen over mensen die uitvallen. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving heeft onlangs nog gewaarschuwd dat ‘individualiseren een negatieve invloed heeft op de mentale gezondheid’ De Raad spreekt over ‘geïnstitutionaliseerd individualisme’ Het creëert een therapiecultuur die klachten juist verergert. De GGZ getuigt van ‘wreed optimisme’ en ‘positief geweld” aldus Marthe van Bronkhorst. Zij geeft aan dat therapie slecht kan zijn omdat het een hypernerveuze samenleving in stand houdt (Bronkhorst, M.).

Ik ben benieuwd naar het college in 2040. Sociale Psychiatrie: Van Fata Morgana naar werkelijkheid!
Gerard Lohuis
• Met dank aan het inspirerende artikel van Marthe van Bronkhorst voor de Correspondent.
– Beers “Clifford Whittingham Beers”. History of the Class of 1897, Sheffield Scientific School, Yale University: Decennial Record 1897–1907. New Haven: The Tuttle, Morehouse & Taylor Company. 1907
– Bronkhorst, M. van “Het is de maatschappij, stupid! Waarom we voor psychische klachten niet bij onszelf moeten zijn Correspondent 18-08-2026
– Dehue, T. Depressie-epidenie Uitgeverij Olympus 2010 ISBN 9789045704302
– Raad voor Volksgezondheid en Samenleving Op de rem Publicatie 2025-04 ISBN: 978-90-5732-344-7 Den Haag, 2025
– Rimke, H. and D. Brock. 2012 “The Culture of Therapy: Psychocentrism in Everyday Life” in M. Thomas, R. Raby and D. Brock (Eds.) Power and Everyday Practices. Toronto: Nelson, 182-202.
– Schout, G. Mijn broeders hoeder- Naar een gezelschappelijke psychiatrie Uitgeverij SWP ISBN 9789085604280
Heeft deze blog jou geïnspireerd om ook te gaan schrijven, of wil je eens overleggen over de mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de blogspot?
Stuur dan een mail naar webredactie@venvn-spv.nl, dan nemen wij contact met je op