17. “Hoe trauma interne stemmen vormt: De kleine ik’’

Claudia van Beuzekom, sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij Expertisecentrum voor Transdiagnostische Psychotherapie (Extrapsy), afdeling Transit van GGZ Centraal te Ermelo.
En sociaal psychiatrisch verpleegkundige binnen de crisisdienst van GGZ Centraal.
Cliënten die in hun jeugd te maken hebben gehad met trauma, verwaarlozing of verstoorde hechtingsrelaties, kunnen in hun volwassen leven merken dat hun innerlijke kind nog steeds een stem heeft. Vandaag kijken we hiernaar vanuit verschillende invalshoeken.
Binnen de schematherapie onderscheidt Jeffrey Young een aantal modi: tijdelijke toestanden of manieren waarop iemand functioneert wanneer een schema wordt geactiveerd. Deze modi beïnvloeden gedrag, emoties en gedachten en worden vaak getriggerd door alledaagse situaties. Hieronder volgt een overzicht van de meest herkenbare modi.
Kindmodi (emotioneel kwetsbare delen)
Kwetsbaar kind
• Voelt zich verdrietig, bang, alleen of verwaarloosd.
• Is het deel dat oude, onvervulde emotionele behoeften ervaart.
Boos kind / Driftig kind
• Ervaart woede of frustratie over gemis of onrecht.
• Reageert vaak impulsief of agressief.
Overgegeven kind
• Voelt zich machteloos of onderdanig.
• Geeft toe aan het schema en accepteert het lijden passief.
Copingmodi (beschermingsmechanismen van het kinddeel)
Deze modi ontwikkelen zich om het kwetsbare kinddeel te beschermen tegen pijn.
Overgave-modus
• Geeft zich volledig over aan het schema en neemt de negatieve overtuigingen aan (bijvoorbeeld ‘Ik ben waardeloos, dus ik hoef niets te proberen’).
Vermijdingsmodus
• Vermijdt situaties, emoties of gedachten die het schema activeren.
• Dit kan leiden tot dissociatie, vluchtgedrag, verslaving of escapisme.
Overcompensatiemodus
• Doet het tegenovergestelde van wat het schema dicteert om controle te ervaren.
• Voorbeelden: perfectionisme, agressief of dominant gedrag.
Vanuit de hechtingstheorie van Bowlby en Ainsworth worden kinddelen niet letterlijk als “innerlijke stemmen” beschreven, maar het concept sluit er wel nauw bij aan, vooral bij het begrijpen van de emotionele patronen van kinderen en de echo daarvan in volwassenheid.

Vanuit een herbeleving kan het innerlijke kind zich op verschillende manieren laten zien.
Metafoor; Er wordt iets in je geraakt — een emotie, sensatie of herinnering — in het contact met iemand anders. Op het moment dat je dat voelt, ervaar je niet alleen de emotie of sensatie van het huidige moment. Het is alsof de hele archiefkast met eerdere situaties waarin je dit ooit hebt gevoeld (maar niet kon of mocht uiten) in één keer openslaat. Daardoor voel je je overweldigd.
• Emotioneel
o Je voelt een intense emotie van verdriet, angst, boosheid, schaamte of teleurstelling.
o De heftigheid van de emotie past niet bij de situatie van het hier en nu.
• Lichamelijke sensaties
o Een knoop in je maag, trillen, een brok in je keel of een gevoel van kwetsbaarheid.
• Herinneringen en beelden
o Scènes, geluiden of gevoelens die je als kind hebt ervaren kunnen spontaan terugkomen.

In de theorie van structurele dissociatie onderscheid Janina Fisher verschillende coping- of overlevingsstijlen vanuit trauma trauma, elk gekoppeld aan specifieke emoties (boosheid, angst, schaamte, behoefte aan verbinding) en gedragspatronen.
Interventies
1. Veiligheid & regulatie
• Opbouwen van een veilige, consistente therapeutische relatie.
• Uitleg geven over trauma, delenmodel en hechtingspatronen (psycho-educatie).
• Oriëntatie en emotieregulatie
• Versterken van de “Gezonde Volwassene”
2. Inzicht
• Verkennen welke theorie aansluit bij de beleving van de cliënt
• In kaart brengen van modi, hechting en/of herbelevingen
• Normaliseren van de functie
• “Mijn cliënt dissocieert”
• “Mijn cliënt dissocieert” (2); interventies
3. Verdieping & contact met het kinddeel
• Voice dialogue
• Stoelen techniek
• Imaginatie en visualisatie technieken
Bronnen:
1. Ainsworth, M. D. S., Blehar, M. C., Waters, E., & Wall, S. (1978). Patterns of attachment: A psychological study of the strange situation. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.
2. Bowlby, J. (1969/1982). Attachment and Loss: Vol. 1. Attachment (2nd ed.). New York, NY: Basic
3. Fisher, J., & de Thouars, G. (2021). De levende erfenis van trauma transformeren: Een werkboek voor getraumatiseerde mensen en therapeuten. Uitgeverij Mens!.
4. Young, J., Klosko, J. S., & Weishaar, M. E. (2003). Schema therapy: A practitioner’s guide. New York, NY: Guilford Press.